24 februari 2011

Overdopen (2)

De blog van enkele dagen terug met hetzelfde thema werd op het CIP geplaatst en de mogelijkheid om te reageren al snel uitgeschakeld. Blijkbaar roept het onderwerp talloze verhitte reacties op en ontaard de discussie al snel in een welles/nietes gescherm tussen opponenten en/of een semantische discussie. Een respondent meldde bijvoorbeeld dat "overdopen" in de Bijbel niet gevonden wordt maar wel de "geloofsdoop". Enig speurwerk ontkracht echter ook het bestaan van een geloofsdoop. Technische gezien komen beide termen niet in de Bijbel voor.
Ook zag ik in de gauwigheid nog iemand die meldde dat er niet te snel gedoopt mag worden omdat men er "niet klaar voor zou zijn." Zo'n laatste opmerking is een typisch Westerse kijk op de zaak waarbij het accent ligt op wat ik vind en voel.
De "wederdopers", onder leiding van o.a. Menno Simons, en later de Baptisten (vanaf het begin van de 17e eeuw) zijn bewegingen die hun oorsprong vinden in de reformatie. Waar Luther zich inspande voor hervormingen binnen het instituut (bijvoorbeeld: weg met de beelden en welkom de Bijbel) gingen de dopersen verder en durfden het aan om o.a. het heilige ritueel van de doop te bevragen. Menno Simons en Maarten Luther kunnen van een ding niet beticht worden en dat is dat ze de Bijbel niet serieus zouden nemen. Hun liefde voor het Woord heeft grote gevolgen gehad en het geloofsleven en -beleven losgerukt van het door de Roomsen geclaimde monopolie en intermediair op gezag, uitleg en toepassing.

De dopers werden, net als bijv. de Joden en de katholieken “gedoogd”. Ze waren er wel maar ze mochten hun geloof niet zichtbaar uitoefenen. De kerkgebouwen zijn daarom een eind van de rooilijn van een straat of weg af gebouwd. Soms zelfs zijn ze helemaal niet zichtbaar omdat ze achter de huizen middenin een bouwblok staan.

Waar we nu mee te maken hebben is een bijzonder groei onder de evangelischen. Massa geeft macht en kan eenvoudig leiden tot een superioriteitsdenken op het gevaar af dat deze nieuwe massa laatdunkend over de nieuwe minderheid doet. Nieuwe normen verankeren de nieuwe instituten. In de meeste baptistengemeentes kun je pas lid worden als je de geloofsdoop hebt ondergaan; het nieuwe lidmaatschapsbewijs waarna alle zegeningen en voorrechten van het behoren bij een groep genoten kunnen worden. Bepaalde pinkstergroeperingen geven je het gevoel, of spreken dat zelfs zo uit, dat er eerst een bewijs van het vermogen om in vreemde talen te spreken geleverd moet worden alvorens men zeker kan weten er bij te horen. Het idee van de meerderen die de minderen gedogen, zelfs het kleinste spoortje van superioriteitsgevoel dat het leven van de volgelingen van Christus kan binnendringen, dient als zonde te worden erkend en beleden.

Wat wil ik met deze blog aantonen? Eenvoudigweg dat een enkele paragraaf over de doop de gemoederen zo verhit dat de opdracht om discipelen te maken (ja, ik herhaal hier wat ik in mijn vorige blog schreef) al snel naar de achtergrond verdwijnt.
De toekomst en groei van de kerk hangt voor een belangrijk deel af van de bereidheid van haar leden om zich te verenigen rondom haar uit te voeren taak om discipelen te maken, ingebed in het overweldigende besef van "Sola Gratia." Deze taak, met haar kernboodschap zou de kerk vleugels kunnen geven.
Moeten we dan niet meer nadenken over de doop? Ik dacht het wel. Maar dan op zo'n manier dat we de hoofdzaak scherp weten te scheiden van de bijzaak.