25 februari 2011

Jezushaat (2)

God mag. God is in. God is hip. Ik mijn God, jij jouw God en we zijn allebei blij met onze God. Ik niet met de jouwe en jij niet met de mijne maar we zijn blij voor elkaar dat we blij kunnen zijn met onze individuele God.
God is een nogal algemeen begrip geworden en een openbaar, zij het, geïndividualiseerd bezit. Er zijn echter groepen die voor het collectief bepalen hoe die God eruit ziet, en hoe ons leven zich tot die God dient te verhouden. Met mannen en vrouwen die niet op de toon van het door religieuze, en ook wel politieke leiders gecomponeerde liedje meezingen wordt korte metten gemaakt.

Vandaag las ik over de vrijlating van een Afghaanse man die vorig jaar besloot het keurslijf van de opgedrongen religie af te werpen en een volgeling van Jezus te worden. Deze vrijlating kwam tot stand door grote diplomatieke druk vanuit Amerika en Italië. Zonder deze internationale druk zou Said Musa zeer waarschijnlijk zijn onthoofd op opgehangen. Geweldig dat hij nu een vrij man is. Hoewel, vrij? Hij moet het land verlaten en zal de rest van zijn leven doorbrengen in een of ander Westers land, waar het de mens wel vrij staat om Jezus te volgen.
Ware vrijheid zou betekenen dat Said Musa in zijn eigen land, Afghanistan, Jezus kan volgen zonder dat hem dat belemmerd wordt.
Said is niet de enige Afghaan die in de gevangenis zat en de doodstraf over zich heeft horen uitspreken, als straf op de misdaad om Jezus te gaan volgen. Er zitten er nog meer vast. En stuk voor stuk zijn ze bereid om te sterven voor hun keuze.
Gewild of ongewild meelopen op de trom van georganiseerde en opgelegde religie is niet zo'n kunst. Het wordt als stoer gezien als men in de naam van die God acties onderneemt die als doel hebben anderen aan datzelfde keurslijf te onderwerpen.

Jezus wekt de woede en haat op van de wereld. Ik geloof dat dit te maken heeft met de weg die Hij voorstaat. De weg van de liefde. En de confrontatie met de liefde van God is een confrontatie met het vaak volkomen ontbreken van die liefde in het eigen leven en het daaraan gekoppelde onvermogen om te ontvangen. Jezus volgen betekent dat we ons eigen onvermogen onder ogen zien en onze georganiseerde en geïndividualiseerde, dan wel collectieve Godsbeeld inleveren en terug gaan naar 'start.' Met lege handen opnieuw beginnen.
Niemand heeft ooit God gezien. De enige zoon heeft Hem doen kennen. Je kunt niet om Jezus heen.

Geen opmerkingen: