25 januari 2011

De dwaze zwijger

Als iemand z'n mond houdt, kom je moeilijk te weten wat voor vlees je in de kuip hebt. Het kan zijn dat je nieuwe vriend een wijs man is, maar ook een dwaas. Het blijft giswerk maar vooralsnog krijgt hij het voordeel van de twijfel en schat je hem als 'redelijk tot best wel wijs' in. Zwijgen is immer goud en kostbaarder dan het sprekende zilver.
Waarom schatten we zwijgers volgens Spreuken 17:28 in als wijzen? Ik moest daar even over nadenken en observeerde het volgende. Een dwaas etaleert, over het algemeen zijn wijsheden breeduit, en vooral luid. Terwijl de meesten in zijn omgeving allang in de gaten hebben dat er spul uit z'n nek druipt, bazelt de dwaas maar; de omgevingssignalen deren hem niet en bovendien, hij ziet ze niet.
In zwijgen schuilt een potentiƫle bewustwordende deugd. En dat kan zomaar goed zijn voor de mens. Zelfreflectie, door sommige hard-core evangelicalen streng veroordeeld omdat de enige reflectie op het leven Christus zou moeten en mogen zijn, is een gezonde oefening zolang deze niet ontaard in zelfabsorptie waarbij de reflector zo met zichzelf ingenomen raakt (zowel ten goede als ten kwade) dat hij denkt dat het allemaal om hem draait.
Gezonde zelfreflectie stuwt tekorten naar de oppervlakte. Een te kort wereldbeeld, een te kort Godsbeeld, een te kort zelfbeeld en een te kort anderbeeld. Dat is niet zo erg als het klinkt. Dat tekort doet je realiseren dat je niet alleen bent en anderen nodig hebt. In de verlorenheid waartoe zelfreflectie kan leiden hebben miljoenen God gevonden. Het tekort leidde tot een roepen waarop God zich liet vinden. Het is juist vanuit dat ontdekte tekort dat de mens om hulp roept.
Ik kan me zomaar voorstellen dat de zwijgende, voor zich uit starende, op het koude bankje in het kale bos zittende dwaas daar over aan het nadenken is. Best wel wijs eigenlijk.