25 december 2010

Kwijlen en poepen

Martha en ik hebben een kleindochter, Lente. Zonder daarvoor al te veel te hebben geoefend heeft ze een aantal vaardigheden onder de knie: huilen, drinken, lachen, poepen, plassen, boeren en kwijlen. Ze doet al die dingen zonder enige gêne of verontschuldiging. Als het poepen wat moeilijk gaat, worden enkele vaardigheden tegelijk beoefend. Alle omstanders vergeven haar bij voorbaat. Ze handelt namelijk overeenkomstig haar levensfase en taak. Die taak wordt tot nu toe zeer naar de tevredenheid van ouders en omstanders uitgevoerd en, waar nodig aangemoedigd. Een rood, inspannend gezicht, wat vaak duidt op activiteiten aan het eind van het darmkanaalkan rekenen op goedkeurende aanmoedigingen: "goed zo," en "ja, toe maar." Dat soort aanmoedigingen zie ik mezelf nog niet bezigen in de toiletgroepen op Schiphol of andere openbare gebouwen waar hoognodigen zich bevrijden van ongemak. Ik denk het echter vaak wel als ik vanachter gesloten deuren (of half open systemen zoals in de VS) bevrijdende geluiden hoor komen: "Ja, toe maar," "heel knap," of "nou, dat was een goeie."
Als Lente zich overeenkomstig de ontwikkelingstheorien en verwachtingen doorgroeit, wordt ze, na verloop van tijd geacht om zich zelfstandig voort te bewegen en een gezonde gêne te ontwikkelen die ertoe leidt dat ze voor de basishandelingen die in de eerste maanden van haar leven publiekelijk uitgevoerd werden, meer de beslotenheid opzoekt.

Waar wil ik heen met deze Blog? Het lijkt erop dat ons verworven recht op zelfbeschikking een aantal bijwerkingen kent, waaronder regressie. Komplete volksstammen menen dat het recht op zelfbeschikking en de aanmoediging om "je ding te vinden en te doen," en "je individualiteit uit te drukken," ook inhoudt dat je naar behoeven poept, piest, kwijlt, en ander primair gedrag vertoont, ongeacht waar je bent en wie er dan ook om je heen is.
In een stiltecoupé in de trein sprak mijn achterbuurman zijn buurman aan die de gansche coupé meende te moeten laten delen in zijn luide kant van een dialoog die over de telefoon werd gevoerd. Mijn achterbuurman attendeerde zijn buurman op het feit dat we ons in een stiltecoupé bevonden en stelde voor dat zijn buurman een plek op zocht waar hij ongestoord in z'n eigen kleien wereldje verder kon leven. De reactie van de beller was ongemeen fel. Alle poep, pies, kwijl en gejammer werd over mijn achterbuurman uitgestort. Na zijn behoeftes te hebben gedaan besloot de belelr toch in te binden. Hij zal zich goed hebben gevoeld: hij kon even zijn primitieve dingetje doen.

Kerst; Christus. Wat zou de wereld er anders uitzien als men zou ontdekken dat Christus ons terug kan brengen tot onze ware levenstaak; ons in kan pluggen in de oorspronkelijke, door God ontworpen bestemming. Vrede met elkaar omdat we vrede met God hebben! Het is de boodschap van Kerst en ieder jaar spoeden mensen zich naar kerken, aula's en kathedralen om zichzelf eraan te herinneren dat Vrede op aarde, in de mensen een welbagen, in Christus mogelijk is. Maar voor velen is en blijft het een te ver van mijn bed show. Die kerkgang is aan te moedigen. Nog meer is het aan te moedigen dat mensen Christus uitnodigen om die vrede werkelijkheid te laten worden in hun eigen hart. Het kan! Het mag!