26 december 2010

Ik kan niets

"Los van mij zijn jullie tot niets in staat." Opmerkelijke woorden van Jezus, die onaangenaam kunnen steken. Dit soort uitspraken moet je vooral tegen een Nederlander doen; die somt meteen eindeloze lijsten op waaruit blijkt dat hij/zij wel degelijk tot iets in staat is zonder Jezus. Als kleine kinderen die trots aan hun ouders laten zien wat ze allemaal al zelfstandig kunnen, wordt het gewonnen terrein van onze onafhankelijkheid en zelfstandigheid verdedigd. En dat tegen beter weten in. Er hoeft maar een heel klein bloedpropje ergens dwars te zitten en het is einde verhaal. Je hoeft maar een keer ongelukkig ten val te komen en je brengt de rest van je leven, omringt door mantelzorgers en specialisten door in een rolstoel.
Maar goed, dit soort scenario's buiten beschouwing gelaten; als mensen zijn we toch tot heel veel in staat? En het lijkt toch dat we dat allemaal op eigen kracht doen? Technologische ontwikkelingen, astronomische, biologische, natuurkundige en andere inzichten en kennis; we zijn toch aardig knap bezig. En we kennen genoeg voorbeelden van mensen die zonder Jezus toch een aardig eind komen en toch echt wel "iets" hebben gedaan en doen?

In deze overbekende verhandelingen van Jezus over de wijnstok en de ranken gaat het over "vrucht dragen." Om vruchtbaar te zijn voor God is het noodzakelijk om als een rank ingeplugd te zijn in de wijnstok zodat Zijn leven mijn leven kan binnenkomen. Die vrucht waar Jezus het over heeft koppelt hij aan de eer van God. Waarom zou iemand zich druk maken over vrucht dragen? Wel, omdat de eer van God op het spel staat. De verbinding tussen vrucht in mijn leven en de eer van God is Jezus. In Christus kom ik tot mijn bestemming en God tot zijn doel.
Maar er is meer. Voor degenen die dit Jezus gedoe en vrucht dragen allemaal veel te geestelijk en esoterisch klinkt is er nog de algemene waarheid dat de hele schepping door zijn woord in stand wordt gehouden. De stoel waarop ik zit, de bomen die CO2 opnemen en O2 uitstoten, de aarde die haar vastgestelde omwentelingen maakt: als God even zijn adem zou inhouden zou het allemaal gereduceerd worden tot stof. In deze zin is het voor iedereen waar dat we zonder Hem tot niets in staat zijn. Vanmorgen werden we wakker, zetten koffie en thee, keken we naar buiten en zagen dat het best wel eens een mooie dag zou kunnen worden, maakten we plannen (of voerden reeds gemaakte plannen uit) en ga zo maar door. Zonder Hem zou niets van dit alles gebeuren. Daarom is het slim om ieder ademtocht een gebed te doen zijn. Adem in: Heer wat een wonder. Adem uit: Heer wat een voorrecht. Adem inhouden: Zonder lucht ben ik verloren, zonder U ben en kan ik niets.