30 november 2010

Op strooptocht buitgemaakt

Het zal je toch overkomen. Ben je net gezellig met je familie je verjaardag aan het vieren, komt er een bende de wijk binnen die categorisch de mannen afslacht en na afloop van de slachtpartij een flink aantal jonge vrouwen als buit meeneemt. Je dacht veilig te zijn en te kunnen vertrouwen op de beloften van God (die toch voor ons zou strijden). Ontworteld en getraumatiseerd wordt je het hol van de vijand binnengevoerd waar je als sinterklaascadeau aan de vrouw van een van de leiders wordt gegeven. Al met al heb je een aantal redenen om je geloof vaarwel te zeggen en van binnenuit weg te gaan kwijnen. Deze jongedame doet niets van dit alles. Als ze er achter komt dat de baas (ja, de man die haar op zijn strooptocht buitmaakte) een huidaandoening heeft, adviseert ze hem om eens bij de profeet Eliza langs te gaan: die zal hem vast en zeker beter maken. Door haar optreden en houding hebben we het verhaal van de genezing van Naäman in onze Bijbels staan. In onze beeldvorming zijn er drie hoofdrolspelers in dit verhaal: Naäman, Elisa en zijn knecht Gehazi (die er een slaatje uit probeert te slaan en ten slotte zelf met de huidziekte rond moet lopen). Te weinig horen we over de belangrijke en zelfs cruciale rol van deze jonge vrouw, die verder niet meer ten tonele verschijnt.
Is het niet zo dat de zichtbare lspelers alleen maar opvallen en hun werk in de spotlights kunnen doen omdat er een batterij aan helpers, assistenten en aanverwante taakvervullers omheen staat?
Zonder al die mannen en vrouwen die "gewoon" hun werk doen, vaak midden in de wereld staan, zou het werk van God nauwelijks vooruitgang boeken. Juist doordat mannen en vrouwen midden in de samenleving hun plaats innemen en op de juiste tijd verwijzen naar de Man uit Nazareth, groeit het werk van God. Ik ken heel wat mensen die zo graag "meer" zouden willen doen; vrijgesteld willen worden om zich helemaal aan de taak van het maken van discipelen van alle volken te geven. Ja, helaas is het zo dat de meeste kerken en gemeentes meer geïnteresseerd zijn in zelfinvestering en de investering in de groei van het koninkrijk buiten de grenzen van eigen kerk op z'n hoogst als sluitpost op de begroting een zeer bescheiden plaats krijgt.
dat is een kant van het verhaal. De andere kant is dat de plek die Gods mensen innemen in het arbeidsproces, net zo'n waardevolle schakel is in de keten van gebeurtenissen in het leven van de ander als het leven van dit op strooptocht buitgemaakte meisje dat had geleerd om het grotere verhaal in de gaten te blijven houden. Naar de mens gesproken bevond ze zich in een uitzichtloze situatie maar ze had blijkbaar geleerd dat er bij God altijd uitzicht is. En daarom was ze een bruikbaar instrument in Gods hand en lezen miljarden over haar. Ik ben benieuwd hoe ze heette. Ze had vast een naam. Maar we zagen haar maar even. Ze kwam het toneel op, wees de hoofdrolspelers de juiste richting, en weg was ze. Het was een te kort rolletje om haar naam in de aftiteling te noemen. Maar God weet beter. Hij kent haar en Hij weet hoe cruciaal haar rol was. vandaag wil ik stil staan bij de vele miljoenen die vandaag eventjes het toneel opkomen en naar de man van Nazareth wijzen. (2 Koningen 5).

De Nederlandse schilder Pieter de Grebber (1600-1652/3) geeft alle spelers een plek in zijn schilderij. Grappig om te zien hoe de karakters naar de 17e eeuw zijn vertaald.