29 november 2010

Ik zit op koor!

Waar in de wereld krijgen beginnende bandjes en solisten de gelegenheid om voor een gedwee publiek te spelen, dat zich als makke lammeren laat instrueren en de gegeven instructies nog opvolgt ook: staan, zitten, knielen, juichen (zij het wat aarzelend), in canon, beurtzang of combinatie daarvan? Dat podium staat in de vrijere kerken, en in toenemende mate in de meer traditionele.
Een vriend van me vertelde dat hij tegenwoordig een half uur, of drie kwartier na aanvang van de dienst ter kerke verschijnt en zo geruisloos mogelijk achter aansluit: "In de drie of vier liederen die dan nog op het programma staan, zeg ik zo'n beetje alles wat ik wilde zeggen."
Zingen is een belangrijke manier waarop mensen hun dank, spijt, blijdschap of droefheid kunnen uiten. Het is dan prettig als je dat met een paar honderd man samen kan doen. Samen blij, dankbaar, verdrietig of sorry. Maar er zijn andere vormen waarin deze gevoelens kunnen worden geuit en die vormen worden helaas te weinig gebezigd. De actieve participatie die zingen vraagt schept de illusie van saamhorigheid en je doet iets met elkaar. Stiltes zijn ongemakkelijk, je hoort je eigen ademhaling en wordt je bewust van de aanwezigheid van anderen. Een kuchje hier, een niesje daar, twee mensen verderop piept iemands ademhaling (nooit geweten dat hij astma had) en vijf mensen verderop vraagt een kind aan moeders wat er aan de hand is en waarom het allemaal zo lang duurt. Dat soort onprettige gewaarwordingen kunnen het beste dichtgesmeerd worden met geluid.
Gisteren viel het heel erg mee. Er stonden tien liederen op het programma (waarvan er een werd geschrapt omdat de spreker iets te lang doorging (30 i.p.v. de toegewezen 22 minuten). De band speelde goed en mooi, de leidende zangeres had een prachtige stem. geen overdreven presentatie tussen de liederen (waardoor sommigen het weer meer associeerden met een concert) en ze hadden er plezier in, hadden goed geoefend en namen genoegen met een bescheiden en dienende plaats. Petje af.
Muziek en zang zijn belangrijk in de Bijbel. Elisa profeteerde nadat hij in de ban was geraakt van harpspel (2 Koningen 3). Dat geeft dan meteen weer te denken: "hè, hoe kan dat nou dat de man van God eerst in een soort trance moest komen? Kan God zich niet zonder harp openbaren?" Ik laat dit laatste maar over aan de Bijbelgeleerden om uit te leggen.
Maar goed, waar wil ik naar toe met deze blog? Gisterenmiddag had ik familie over de vloer die regelmatig gefascineerd luistert naar de verhalen die Martha en ik vertellen over wat we meemaken en hoe we dingen doen in onze subcultuur. Verbaasd over het e.e.a. vroeg mijn aangetrouwde schoonzus (die de kerk zelf niet frequenteert): "als mensen dan zo graag willen zingen, waarom gaan ze dan niet op een koor?" Ik vond dat wel een goeie!
De slotsom is dat we er met elkaar iets van proberen te maken. Om het iedereen naar de zin te kunnen maken is uitgesloten. Maar daarvoor komen we ook niet bij elkaar. We komen bij elkaar om Hem alleen. En ik moet eerlijk zeggen als ik met die gezindheid een samenkomst bezoek, ik nog nooit teleurgesteld huiswaarts ben gekeerd.

Geen opmerkingen: