24 november 2010

De jas op de grond

Elia wordt op spectaculaire wijze weggevoerd. In een wagen van vuur, getrokken door paarden van vuur stijgt Elia in een stormwind op naar de hemel. Slechts weinige aardlingen is zulk een dramatische overgang van het tijdelijke naar het eeuwige gegund!
Slechts een ding blijft achter: de mantel van Elia (zie vorige blog). Elia raapt de mantel op en gaat ermee aan de slag (2 Koningen 2).

Naast dat de mantel warmte biedt, is het ook een stuk gereedschap. Je kunt er bijvoorbeeld een droog pad in de rivier mee slaan.
Er zit in dit verhaal een mooie edoch enigszins tragische symboliek. Eerder zagen we dat Elia de jas om Elia heensloeg; een uitnodiging om als zijn helper, of protégé aan de slag te gaan. De overdracht van de mantel verloopt hier naadloos maar de kerkgeschiedenis kent ook voorbeelden van mantels die jaren ergens op de grond zijn blijven liggen. Een bediening, eens met elan en visie begonnen, komt tot stilstand omdat er niemand bleek te zijn die bereid was om de mantel op te pakken.
Ik was onlangs bij vrienden op bezoek die me vertelden dat ze nooit van giften zouden willen of kunnen leven. De onzekerheid van een leven uit geloof, of de gedachte dat men geassocieerd wordt met "handophouders," doet menigeen huiveren. De illusie van de door de baas gegarandeerde maandelijkse saldobijschrijving en een op te verwachten salarisgroei afgestemde hypotheek doet velen besluiten om de bedieningsmantel te laten liggen.
Goed, het doet er uiteindelijk niet zoveel toe hoe er in ons levensonderhoud wordt voorzien; een vast salaris of de wat onzekere geloofsoptie. Waar het om gaat is dat er een principiële keuze wordt gemaakt om ons leven in alle facetten in dienst van God te stellen. Die bedieningsmantel dient namelijk overal gedragen te worden. We dragen deze op ons werk, op school, in de straat waar we wonen, in onze gezinnen, en noem maar op. het vraagt om een haast eenzijdige kijkrichting: die van het koninkrijk. Er is namelijk ook maar een akker en dat is de hele wereld. Ongeacht waar we zijn of werken, dienen we Hem en zijn we representanten van Zijn koninkrijk. Dit neemt niet weg dat God mensen wil inschakelen in "buitengewone dienst;" die apart gezet worden om zich geheel aan de verkondiging en uitbreiding van Zijn werk wijden. Ik ken mensen die eerder in hun leven lang naar een op de grond liggende mantel hebben gestaard maar uiteindelijk doorliepen. Zonder uitzondering zijn er later gevoelens van spijt; een weemoedig heimwee naar wat wellicht had kunnen zijn.
Als je een mantel tegenkomt moet je niet al te lang na willen denken. Oprapen en aan de slag! Er staat meer op het spel dan onze vermeende zekerheden. Het eeuwige lot van miljoenen bijvoorbeeld.