22 november 2010

Bizarre roeping

Stel je voor, je bent aan het werk op het land en er loopt een gozer langs die z'n jas naar je toegooit. Je kent die man, hij staat bekend als een probleemschopper en de regering van het land heeft hem om die reden dan ook op de zwarte lijst gezet. Hij claimt in de naam van de God van Israël te spreken.
Affijn, je neemt de jas van hem aan, loopt nog even langs huis om paps en mams gedag te zeggen, zet je koeien en gereedschap te koop op Marktplaats en gaat vervolgens voor de man met de jas (die hij nu niet meer heeft?) werken.
Bizar verhaal.

Wat dacht Eliza (de jasaanpakker)? Vond hij het misschien stoer om met Elia (de jassengooier) op te trekken? Was hij z'n werk als landarbeider misschien zat en dacht hij dat een verandering van carrière goed zou zijn voor z'n verdere zelfontplooiing? Of zou het kunnen zijn dat hij dit gebeuren als een roeping van God ervaarde? Volgens de geschiedkundigen was die jassengooierij een symbolische actie die een uitnodiging inhield. We moeten ons voorstellen dat Elia geen uitgebreide garderobe had waarmee hij door het land trok. Er was nog geen H&M die wegwerpkleding naar de laatste modetrends ontwierp zodat je om de drie maanden wel van jas moet wisselen omdat de oude op is, of uit de mode. Z'n jas (ook wel mantel genoemd) was z'n kenmerk, of handelsmerk. Daaraan herkenden mensen de profeet. Door de jas van Elia aan te nemen, stemde Elia toe de opdracht om de spreekbuis van God te zijn, aan te nemen. De jas vertegenwoordigt het spreken van God. Dat spreken blijft bestaan; de jasdrager niet; die vergaat.
In december spreek ik op de conferentie Mission 2010: "Van Mokum tot Mumbay." Omdat de organisatoren twee weken geleden al een thema moesten hebben ben ik al vroeg aan de slag gegaan met nadenken en lezen en dacht dat dit verhaal een mooi uitgangspunt zou kunnen zijn voor de aftrap van de conferentie. Met name de eenvoud van het verhaal, hoe bizar ook, spreekt mij bijzonder aan. Over het werk van God en ons werk op zijn akker moeten we niet al te ingewikkeld willen doen. Het gaat om een fundamentele beslissing om ons leven in te willen zetten voor Hem. De jas is slechts een symbool, maar kenmerkt wel het werk van God. Mannen en vrouwen van God komen en gaan, maar de mantel blijft bestaan. Die moet worden doorgegeven. Maar wie durft hem aan te trekken? En dan moeten we daarbij niet denken dat we die mantel even een maandje aan kunnen trekken om ergens in de rimboe wc putten te graven voor mensen die dat heel goed zelf kunnen. Of een eenjarig, of tweejarig trainingsprogramma waar het meer om onze eigen vorming gaat. Of een 'actietje' in een exotisch oord waarna we naar huis terug kerken en "weer normaal gaan doen.". Dat mag nooit verward worden met het dragen van de mantel. Dat is voor het leven. Geen populaire uitnodiging in onze moderne tijd waarin het leven gelijkgesteld lijkt te zijn aan een aaneenschakeling van zoveel mogelijk en gevarieerde ervaringen en uitdagingen. We moeten weer terug durven naar één leven, één God, één taak! Bizar? Misschien.
Mogelijk? Jazeker!