29 september 2010

Maar ik had de liefde niet....

Ging mijn blog gisteren over de vraag waar het allemaal om draait, vandaag iets meer over het, mijns inziens, enige juiste antwoord. De apostel Paulus die zich inzette voor het begrijpen van de theologische, antropologische, economische en nog enkele -ische gevolgen van de komst, het werk, lijden, sterven en de opstanding en hemelvaart van Christus, vat het allemaal aardig samen in 1 Korintiërs 13: Al zou ik het allemaal goed op een rijtje hebben en zelfs mijn lichaam prijsgeven voor een in zichzelf juiste en rechtvaardige zaak; had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
Kunnen we nog met elkaar in gezonde discussie gaan zonder dat zo'n discussie ontaard in een rinkelend cymbaalachtig en verhuftert welles nietes spelletje waarbij zelfs van enig residu van liefde en respect geen sprake meer is? Neem de christelijke fora als voorbeeld. Ik bezoek deze regelmatig. Allereerst wordt er slecht gelezen en/of meer in de bijdragen gelezen dan dat er gemeld wordt. In een een op een gesprek, of een live setting zou zo'n "gesprek" waarschijnlijk anders verlopen. In die zin is een internet forum, een medium op afstand, niet de mees ideale plek om tot een echt gesprek te komen. Net zoals je email niet gebruikt om een werknemer te ontslaan of gevoelige, persoonlijke zaken te berichten, draagt ook een forum, waarop eentjes en nulletjes de plek innemen van vlees, bloed, non-verbale signalen en emoties, het gevaar van verhuftering in zich. De hardheid van eentjes en nulletjes en de afstand tussen de gesprekspartners vraagt om een voorzichtige benadering. Liefde laat zich niet vertalen in digitale tekens, daar is een ontmoeting tussen echte mensen voor nodig.

Toch is het mogelijk om digitale gesprekken met respect, waardigheid en generositeit te voeren.
Op de digitale snelweg is discipline nodig om niet primair te reageren. De digitale snelweg laat zich niet vergelijken met de A13 waar van hoffelijkheid al jaren geen sprake van of ruimte voor is. De digitale snelweg heeft nog de ongekende luxe dat de respondent tot tien of, nog beter, tot honderd kan tellen. Je kunt zelfs besluiten om een reactie voor jezelf te houden. Niemand die daar ooit iets van zal merken. Zelf heb ik door schade en schande moeten leren om vooral nooit primair te reageren op digitale boodschappen. Bij twijfel of onduidelijkheid om opheldering vragen en, mocht ik primair willen reageren, deze eerste reactie nooit verzenden maar als "concept" een dag of wat laten "rijpen." In primaire reacties is vaak bar weinig liefde te bespeuren; eerder veel olie dat het vuur alleen maar meer zal aanwakkeren. "Digitale liefde" vraagt om discipline en zorgvuldigheid omdat nulletjes en eentjes gevoelloos zijn.

28 september 2010

Waar draait het allemaal om?

Voor mijn studie ben ik met mijn laatste opdracht bezig: worship. Hoe zou het toch komen dat de mens de neiging heeft om het leven, het wereldbeeld of Gods bedoelingen te reduceren tot een thema. Hoe komt iemand ertoe om te geloven en als een marktkoopman iedere gelegenheid aan te grijpen om de ander ervan te overtuigen dat dat het allemaal om ..... gaat. Zo kan iemand zijn of haar wereldbeeld en geloof reduceren tot een CO2 voetstap, onze verhouding met en tot de natuur, geestelijke strijd, Israël, de Heilige Geest, liefde, aanbidding enz.. Zo kan iemand beweren dat het in de Bijbel maar om een ding gaat en dat is aanbidding. Misschien is het voor een professor die de opdracht krijgt om een academische 'free elective' over aanbidding te ontwikkelen nodig om dat vanuit een soort van tunnelvisie te doen; een soort van extreme uitvergroting van een deelgebied, maar als er dan verder geen enkel dwarsverband te vinden is met de rest van het leven, heb je volgens mij ook een beetje last van vakblindheid. Hoe zou dat voelen als je de hele dag alles wat je leest, ziet en beleeft door een aanbiddingsbril, Israël bril of een geestelijke strijd bril ziet? Is het een gebrek aan intelligentie? Het is moeilijk om de doorgeleerden daarvan te beschuldigen. Ik denk dat het eerder te maken heeft met onzekerheid en angst. Het onderwerp waarvan iemand iets veel weet gaat functioneren als een anker dat houvast biedt in de onzekerheid. Als een soort van zwart gat worden alle andere zaken van het leven opgezogen en aan dat anker verbonden. Het idee dat men nu het leven (en de zaken over God) weet te duiden; men heeft de 'juiste' bril gevonden,' schept een vorm van zekerheid, een anker dat op zichzelf staat, wat over de bodem schuurt maar bij de eerste de beste storm het nodige en solide houvast mist omdat het nergens echt aan vast blijkt te zitten.
Mensen met dit soort zware ankers zijn ook geen prettige gesprekspartners. Ze lijken niet open te staan voor mogelijke andere interpretaties. Toegeven dat het leven ingewikkelder in elkaar steekt betekent voor hen niets minder dan het verloochenen van dat anker: weg zekerheid. het is niets anders dan een vorm van afgoderij.
Een van de zaken die ik uit de studie van aanbidding meeneem is de neiging van de mens om niet de Schepper te aanbidden, maar het geschapene (Rom. 1). Ware aanbidding vindt plaats in geest en in waarheid en niet op een bepaalde geografische of theologische locatie. De Samaritaanse vrouw begreep dat en, door haar nieuw gevonden geloof in Christus, maakt ze de transitie van potentiële naar ware aanbidster. Het object, Gerizim, moet plaats maken voor het 'subject:' Christus.
Zoals een berg de plaats kan innemen van degene die de berg gemaakt heeft, kan aanbidding een afgod, een object worden. Dan hoor je aanbiddingsleiders ('backstage) voor de "aanbiddingsslot" dingen zeggen als: "Let's kick some worship," of "Let's warm them up." Aanbidding verwordt daarmee tot een object dat aan de man gebracht dient te worden, een 'ding' in zichzelf.
En daar kan het nooit om draaien.

27 september 2010

Rondje Stadskanaal

Zondagochtend 07.00 richting Stadkanaal gereden. 253 kilometer schoon aan de haak. Enkele reis. Alleen op zondagochtenden is het in Nederland nog aangenaam cruisen in mijn 30 jaar jonge Mercedes 200 met Pullman bekleding die na 27 jaar in Zuid Italie aan een inhaalslag roestvorming bezig is; de bak kan er geen genoeg van krijgen.... Terug is een crime. De halve wereld rijdt dezelfde kant op; razen, gieren, blazen, snijden.
Is het nu de moeite waard om 500 kilometer te rijden om 2 x 37 minuten in twee verschillende gemeenten te spreken (tussen de diensten door "wraps" gegeten bij oude vrienden)? Uit en thuis in 14 uur; waarom zou ik me druk maken? Thuis blijven, dienstje in de buurt meemaken en de Volkskrant nog eens een keer spellen; toch ook een goede optie?
Het is en blijft een dilemma. Waar geef je je tijd aan? Wat is strategisch? En nu we het er toch over hebben, wie of wat bepaalt of iets strategisch is?
Gaat het om mezelf of gaat het om God?
Tja, ik hoop toch echt dat het om Hem alleen gaat. Tegelijk; voor een groep staan en de Bijbel openen, iets mooiers en dankbaarder werk kan ik me moeilijk voorstellen.
Als ik de Bijbel goed begrijp is het God die ons gaven en talenten geeft en de mens komt het best tot zijn en haar recht als er met die talenten en gaven gewoekerd kan worden. Daarom ga ik maar gewoon door.

24 september 2010

De kerk naar het cafe

Aanstaande maandag zal café de bovenwereld haar eerste lezing met aansluitend de mogelijkheid om met de spreker in gesprek te gaan, presenteren. Café de Bovenwereld organiseert discussieavonden over levensbeschouwelijke, politieke en maatschappelijke thema’s. De avonden vinden plaats in café Soif (Rotterdam Delfshaven) en zijn bedoeld voor iedereen die moeilijke vragen niet uit de weg wil gaan. Een leuke avond aan de hand van een simpel concept: een compacte lezing, ruimte voor discussie en een biertje natuurlijk.
Nee, het is geen kerk en wil dit ook niet zijn.
Heel lang geleden heb ik eens een lezing gehouden over "de Celestijnse belofte." Dat boek was indertijd razend populair en hield de gemoederen flink bezig. De evangelisatiecommissie van een kerk had me gevraagd om zelf met een thema te komen en ik dacht dat, als een boek al zo lang in de Bruna top Tien stond, er misschien wel een of twee mensen over aan het nadenken waren.
De commissie stemde aarzelend toe; "het houdt onze mensen niet zo bezig." "Maar een evangelisatiedienst is toch niet voor onze mensen?" was mijn reactie. Omdat daar weinig tegenin te brengen was werd het thema dus "de Celestijnse belofte."
Normaal gesproken staan mensen niet in de rij om naar de kerk te komen. Toen wel. Afgeladen vol! Zelfs de plaatselijke krant had een afvaardiging gestuurd. Voor en tegenstanders van het boek zaten gebroederlijk naast elkaar en ik had mijn huiswerk naar eer en geweten redelijk gedaan.
Veel gelovigen waren er die avond niet te vinden onder het publiek. Hen kon het blijkbaar niet zo boeien welk boek hun buren lazen en wat hen daadwerkelijk bezig houdt. Bovendien zou je dan na moeten denken over wat je er van zou vinden en een enigszins doordacht antwoord construeren.
Vanuit die achterliggende gedachte, dat actuele maatschappelijke en levensbeschouwelijke vraagstukken doordenking en respons behoeven, wil café de bovenwereld het gesprek daarover faciliteren.
Ik ben benieuwd. Ik ga maandag zeker naar café Soif. Misschien is het thema "wie heeft het denken bedacht" niet helemaal mijn ding (zie mijn vorige blog) maar ik wil daar best eens over nadenken.

22 september 2010

Bavinck

Mijn boekenkast is aangevuld met een zeer fraaie uitvoering van Herman Bavinck's Gereformeerde Dogmatiek. De vierde druk uit 1928. Ziet er nog ongelezen uit. Ik ben meteen begonnen met lezen en ook meteen "gevallen" voor de beste man. Uitvoerig gaat hij in op de vraag waar ons begrip "dogmatiek" vandaan komt en hoe je op een verantwoorde manier dogmatiek "doet." Zijn betoog over hoe de Godsopenbaring zich verhoudt tot het Kerkelijk gezag houdt een belofte in die het verder lezen en studeren veraangenaamd. Niets geen buitensporige en ongezonde claims over het gezag van de kerk maar een relativering daarvan. God spreekt en de mens interpreteert. Dat betekent dat de mens en de kerk het mis kunnen hebben en zich aan gezonde en voortdurende zelfkritiek dienen te onderwerpen.
Ik zal de komende tijd nog vele uren met Bavinck op de bank en in bed doorbrengen.
Waarom mijn fascinatie met de gereformeerde leer?
Hoe langer ik me in de evangelische wereld ophoud, hoe meer ik ontdek dat deze "nieuwe" leer maar bitter weinig nieuws te melden heeft en dat onder de oppervlakte van deze "nieuwigheid" de ferme schouders van de kerkvaders te vinden zijn.
Als er al sprake zou kunnen zijn van "Evangelische Theologie," borduurt deze door op wat er al eeuwen is. Op zichzelf staand is enige Evangelische Theologie op z'n hoogst schraal te noemen. Het is eerder een accentverschuiving van Sola Scriptura naar Sola Gratia. Op zich niets mis mee. De centrale plaats van de preekstoel met de daarop verankerde en opengeslagen Bijbel die de symboliek en de heiligen in de katholieke kerk verving, heeft deels moeten wijken voor een draadloze microfoon die aan een "gewone jongen die de Bijbel in gewone taal uitlegt" vastzit, en die wat rondloopt en interacteert met zijn op zich gelijke hoogte bevindende publiek en op de meest diepe vragen des levens uiteindelijk maar een antwoord heeft dat uit twee woorden bestaat: Genade en Jezus. Niets mis mee toch?
De uitdaging voor de moderne gelovige is om de verhouding tussen de vijf sola's in een gezond spanningsveld voortdurend met elkaar in gesprek te laten zijn. En laten we eerlijk zijn, als je de vijf sola's op je in laat werken ontdek je dat die oude kerkvaders hun huiswerk best wel aardig deden.


21 september 2010

Jeding

Wat bedoelen mensen als ze van iets zeggen dat het wel of niet hun "ding" is? Is de mens steeds zelfbewuster geworden en kent nu zijn grenzen; weet wat wel en niet binnen zijn gaven en talentenpakket valt? Is het de schoenmaker die zich bij zijn leest houdt? Was het maar zo! De wereld zou er baat bij hebben. In werkelijkheid lijkt het een wat neutrale manier te zijn om uit te drukken dat je iets mooi of lelijk vindt, iets wel of niet wil doen omdat je er gewoon zin of geen zin in hebt. "Ik heb er geen zin in," klinkt harder dan "het is niet helemaal mijn ding." Ergens geen zin in hebben kan het niet doen van dat iets waar je geen zin hebt wat minder makkelijk rechtvaardigen. Maar als je zegt dat iets niet helemaal jouw ding is verwacht je dat de ander daar eerder begrip voor kan opbrengen. "Ik heb geen zin om vandaag naar mijn werk te gaan" roept onbegrip op. "Het werk dat ik doe is niet helemaal mijn ding," als motivatie om vandaag niet naar mijn werk te gaan zou wel eens respect op kunnen roepen! Geen zin hebben is definitief terwijl "mijn ding" iets heeft van "ik zou het wel kunnen doen maar het past niet helemaal bij me dus ben ik mijn talenten en gaven niet optimaal aan het benutten."
Ik denk dan ook dat het "je ding" doen past in het Maslowiaanse zelfverwerkelijkende denken en alleen mogelijk is waar onderliggende levensbehoeften redelijk afgedekt zijn. Het "jeding" is daarmee een typering die uniek is voor de "eerste wereld." Jeding impliceert dat er keuzes gemaakt kunnen worden. Als die keuzes ertoe leiden dat de jeding bijdraagt aan een positieve en constructieve "voetstap" die de "jeding claimer" aan het eind van zijn leven achterlaat, ben ik helemaal voor. Als het een slechts een zachtere manier is om je zin door te drijven en allen dat te doen wat leuk is, ben ik tegen.
Hoe dan ook, het blijft een raar ding.

De uitdrukking `je ding doen' is uitgeroepen tot de vaagste van 2009. Op gepaste afstand volgen 'een stukje', 'proactief', 'zeg maar' en `doorcommuniceren'. Vorig jaar kreeg iets 'een plekje geven' de twijfelachtige eer. (Bron: www.nu.nl)


20 september 2010

BetEl: Heerlijk!

Gisteren in alle vroegte naar het oosten des lands getogen om aldaar een overdenking te verzorgen op de BetEl conferentie. "De Kroeze Danne," nabij Delden, is een plek die ik inmiddels met m'n ogen dicht kan vinden. De ontvangst was warm en hartelijk. In de tijd van gebed vooraf aan de dienst klonk de verwachting en afhankelijkheid van God helder door. Na een korte tijd van samenzang kreeg ik na drie liederen het woord. Wat een verademing om te spreken in een sfeer waarin het aanbiddingsteam niet probeert om zoveel mogelijk liederen in een zo lang mogelijke tijd te persen. Gewoon zoiets van "we zingen dat wat we samen willen zeggen" en verwachten dat God door Zijn woord gaat spreken. Zo'n ontspanning en verwachtingen heeft ook op mij een kalmerend en stimulerend effect. Ik kan zowaar de tijd nemen om m'n verhaal te vertellen en het was genieten om ontspannen genoeg te zijn om als het ware met de Geest mee te bewegen. Dat overkomt me helaas niet al te vaak meer. Vaak heb ik het gevoel dat een dienst gehaast is en dat ik "minuten moet winnen." Je zou kunnen zeggen dat dat helemaal mijn probleem is maar ik denk dat er een bredere context is:

1. Mensen kunnen de aandacht niet lang bij een verhaal houden.
Dat hangt voor een groot deel af van de spreker. Zonder al teveel moeite luistert men naar conferences van anderhalf tot twee uur en zonder ook maar met de ogen te knipperen zit men toch gemakkelijk enkele uren onondoorbroken naar een beeldscherm te turen bij het spelen van een computerspel of het zoeken naar een droomhuis. Ja, een saaie monoloog is een oordeel om naar te luisteren maar een spreker moet zijn publiek meenemen en telkens momenten van herkenning creëren die aansluiten bij hun ervaringen, vragen en worstelingen. Dan is het trouwens wel van belang dat een verhaal een of meerdere ontknopingen heeft (de butler heeft het gedaan).

2. De veronderstelling dat men liever zingt dan naar een verhaal luistert.
Dat is helemaal waar voor hen die zich graag mee laten nemen in een "worshipflow." Maar dat doet niet al teveel met hen die zich liever bezig houden met (het ontbreken van) de theologie achter gezangen en moderne aanbiddingsliederen of de voorkeur geven aan andere vormen van aanbiddingsuitingen (de stilte opzoeken, kunst..).

Onlangs stelde een aanbiddingsleider halverwege de "aanbiddingsslot" voor dat wat we nu aan het doen waren een voorproefje was van de hemel en dat het een "geweldige gedachte was dat we dit de hele eeuwigheid zouden gaan doen." Ik ergerde me al aan het volume dat m'n oren nog net niet tot bloedens toe prikkelde en de talloze herhalingen van zinsfragmenten (ik heb in een samenkomst eens geteld hoeveel keer men "Jezus ik heb U lief," of iets van dien aard zong en de teller stond op 32!! toen men uiteindelijk en Gode zij dank buiten adem raakte en de halve gemeente in een semi trance was geraakt!) en als ik geweten had dat de hele "aanloop naar de preek" anderhalf uur in beslag zou gaan nemen was ik waarschijnlijk gewoon naar huis gegaan. Nee, ik wilde niet meer naar de hemel en toen ik na anderhalf uur het woord kreeg was er weinig inspiratie en "zalving" over.
Ja, ik weet het, dat is helemaal mijn probleem met m'n onvolwassen manier van hoe ik met m'n gevoelens hieromtrent omga en ik zou me er inderdaad niets van aan moeten trekken dat tegen de tijd dat ik het woord kreeg enkele ouders al waren gearriveerd om zoon-, of dochterlief op te halen. Dat zou geen enkele rol moeten spelen en ik zou me gewoon moet concentreren op "mijn ding" (wat overigens een afschuwelijk narcistisch idee is. Maar daarover blog ik morgen wel). Toch?

Gisteren was dus een verademing! Ik ben de uitnodigende partij dankbaar voor het weglaten van moderne evangelische parafernalia.
Ik word dit jaar 50. Misschien verklaart dat alles.

16 september 2010

Lente!

Here she is, Lente, eight pound granddaugther of Jan & Martha den Ouden, daughter of Ellen den Ouden & Ron Monster. Born September 16 at 12.30 hrs.

Hier is ze dan, Lente, de acht pond wegende kleindochter van Jan en Martha den Ouden en dochter van Ellen den Ouden en Ron Monster. Geboren op donderdag 16 september om 12.30.

Esthetisch boeten

Drie blaren op mijn voeten bevestigen de vermeende theorie dat hardlopen zonder sokken een mogelijk blaargevaar met zich meebrengt. Gisteren "stoer" toch hardgelopen zonder sokken aan mijn voeten, nu een gedwongen sabbat omdat die ellendige blaren niet zonder nog verdere gevolgen kunnen worden genegeerd.
Aanstaande zondag spreek ik over "karakter" naar 2 Tim. 1:7-9. Spreken over dergelijke thema's is niet zo gemakkelijk omdat het me meteen in een zelfreflectie modus dwingt en me vooral bepaalt bij wat ik persoonlijk aan karakter tekort kom. Nu heeft dat deels te maken met hoe ik in elkaar zit en geneigd ben om zaken te duiden en beleven: "het kan altijd meer en beter," een ander deel is het geestelijke aspect. Hoewel we "vol" in het leven kunnen staan, alles is tegelijk in een staat van "nog niet vol."
"God geeft ons geen laffe geest", maar toch voel ik me vaak nog laf.
"Zodat ik niet meer hoef te vrezen", maar toch maak ik me zorgen en probeer deels m'n toekomst veilig te stellen en is er de drang om te nestelen.
Bij het leven van een volgeling van Christus dringt het beeld zich aan me op van een avonturier die losjes in het leven staat en zich welhaast onbezorgd van het ene in het andere avontuur stort en ieder avontuur redelijk intact overleeft. Daarmee staat een huisje, boompje, beestje leven in schril contrast.

Ik drink thee uit een esthetisch verantwoorde mok maar het ding is zo onpraktisch dat zo'n beetje de helft van mijn thee op mijn, jawel, net schoon aangetrokken jeans terechkomt.
Karakter en esthetiek liggen dicht bij elkaar. Maar de esthetiek van een Christusgelijkvormig leven zal altijd ingebed moeten zijn in gezond, avontuurlijk en bruikbaar realisme.

15 september 2010

Wind, regen en viezigheid

Om 06.15 begint het te lichten. Zal ik wel of zal ik niet? Het waait hard en het regent. Voldoende reden om in bed te blijven en het rondje hardlopen uit te stellen. Bovendien ken ik de weg niet en wie weet verdwaal ik wel. Ik spreek mezelf toe en trek m'n hardloopkleren aan, Ah, m'n sokken vergeten!Met m'n blote voeten in de schoenen, dat lijkt me niets? Ik wuif deze en aankomende excuses weg en ben al snel onderweg. Park door, langs de rivier, tussen de koeien door... heerlijk!
Ik verblijf in het huis van een gezin dat met verlof is in hun vaderland. Twee vrijgezelle jonge mannelijke collega's van me passen op het huis. Het wordt me al snel duidelijk dat oppassen en schoonmaken in het denken en de dagelijkse praktijk van de mannen niet noodzakelijkerwijze samengaan.
Ik zal hier verder niet over uitweiden.
Vandaag weer een dag vol ontmoetingen en zometeen spreek ik het ganse team toe over het advies dat Jethro aan Mozes gaf waarbij ik inga op de vraag of het advies van Jethro eigenlijk wel zo goed was. Ik koppel het aan Numeri 11 waar Mozes nog eens flink moppert bij God en God dan Zijn oplossing aandraagt. De vraag is of die oplossing wel zoden aan de dijk zette. En dat allemaal in 15 minuten.

14 september 2010

Bristol, Edinburgh, Carlisle

Het is nog pikdonker als mijn gastheer en mentor me naar het vliegveld rijdt. Daar aangekomen doet de lange rij wachtenden om door de beveiliging te komen surrealistisch aan. Talloze vluchten van Easyjet en Ryanair blijken zo’n beetje op hetzelfde tijdstip te vertrekken. Met geen millimeter speelruimte over vind ik een plekje achterin de Wit-Oranje tube van Easyjet die me naar Edinburgh zal brengen.

In het vliegtuig denk ik nog na over het gesprek dat ik gisteren met m’n gastheer en vrouw had over de plaats van triomf in het leven van een christen. M’n gastvrouw was aanhoudend; als we nu eens wat meer geloof zouden hebben dan zou het allemaal wel goed komen. Ik denk daar wat anders over. Om het handelen van God te koppelen aan de voorwaarde van meer geloof, is slechts een deel van het antwoord. Er komt meer bij kijken. God werkt ook nog eens met seizoenen en in zekere zin is er een bepaalde mate van onvoorspelbaarheid in Zijn handelen met de mens(heid). De uitspraak als antwoord op de stelling van Jezus dat alles mogelijk is als iemand maar gelooft; “ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp,” is een van de meest hoopvolle passages in het Nieuw Testament.  Ik kan me daar helemaal in vinden. Jezus gaat over tot handelen aansluitend op deze geloofsuitspraak. Het gaat niet zozeer om ons vermogen om een bepaald geloofsresultaat te kunnen visualiseren maar om het vertrouwen dat Hij met iedere situatie overweg kan.

Affijn, ik heb de zon boven Edinburgh zien opkomen, de fout gemaakt om koffie bij McDonalds te bestellen (zonde van je geld, ze kunnen het gewoon niet) en gezocht naar een “wax-coat.” Deze gevonden maar de jas was veel te dik naar mijn smaak. Ik blijf zoeken.

Nu onderweg naar Carlisle waar ik vanaf vanmiddag tot en met vrijdagavond aan het vergaderen sla. Het is een voorrecht om mee te kunnen sleutelen aan het OM van de toekomst. De wereld is niet hetzelfde als twintig jaar geleden en zal er over een jaar al weer anders uitzien dan vandaag. Daar moeten we op anticiperen. Welke kansen zijn er voor een groeiende organisatie die als doel heeft om de boodschap van het Evangelie in woord en daad uit te dragen? Welke obstakels komen we tegen? Wat zegt God tegen ons? Een fascinerende puzzel waarvan we een aantal stukjes in handen hebben. Ik geloof maar word geconfronteerd met mijn ongeloof. Ik vertrouw er dan maar op dat Jezus ook vandaag met deze uitspraak aan de slag zal gaan.

13 september 2010

Afstotend?

"Ik vind het Oude Testament afstotend," vertelde de leider van een christelijke organisatie me onlangs. "Als we het Nieuwe Testament niet hadden waarin Jezus de Vader "verklaart," zou ik mijn geloof aan de wilgen hangen.
Staat deze man alleen in zijn beleving, of zijn er meer christenen die moeite hebben om het OT te rijmen met een liefhebbende God?
Er zijn er die alle geweld, volkerenmoord, bloedvergieten en vreselijke strenge morele eisen onder de noemer van Gods liefde hangen en menen dat we allang blij mogen zijn dat God überhaupt nog iets met de mens te maken wil hebben. Er zou helemaal niets in ons zijn dat God zou doen besluiten om genade te tonen. Het is slechts zijn unilaterale liefde; door Zijn barmhartigheden komen we niet om. Totaal verdorven zijn we: zelfs het goede dat een mens al zou demonstreren is als een smerige vlek voor God.
  • Een vader die zijn kind slaat uit liefde.
  • Een vader die zijn kind door vreselijke moeite en lijden doet gaan om zijn karakter te vormen.
  • Een vader die moordenaars en verkrachters gezinnen voor het leven traumatiseert.
  • Een vader die zulke hoge eisen stelt dat zijn kinderen nooit voldoende zullen presteren.
Dit soort zaken kunnen we niet wegmoffelen onder de noemer barmhartigheid en liefde. Dit soort zaken vraagt om een serieus gesprek met elkaar. En met God.
Onze, mijn redding ligt in het Nieuwe Testament besloten. Zonder Christus is het allemaal volkomen uitzichtloos. De meer dan 200 beelden en beschrijvingen van God die we in de Bijbel tegenkomen laten stuk voor stuk een aspect van God zien. Je blindstaren op een beeld zal altijd een gemankeerd beeld geven. Zelfs de collage die alle beelden bij elkaar oplevert geeft geen totaalbeeld van God. Om God enigszins te kunnen begrijpen kunnen we niet om Jezus heen. Hij toont ons het ware gezicht en hart van God. En dat is onze redding. En levende hoop.
Zonder Christus is het OT uitzichtloos en onbegrijpelijk.

12 september 2010

De weg naar Antwerpen

Vanmorgen in alle vroegte op zoek gegaan naar een mini LED zaklampje dat mij in de donkere maanden van het jaar moet vergezellen en helpen om naderende bewegende obstakels onze komst te melden. Uiteraard heb ik het voor de zomer op de meest logische plaats weggelegd. Althans, dat was toen logisch. Nu heb ik geen idee meer. Uiteindelijk heb ik in de schuur een mini koplampje gevonden dat het nog deed. Het blijft telkens weer een rare gewaarwording dat je het gevoel kunt hebben dat je helemaal alleen op de wereld bent. Zeker op een zondagmorgen waarin het gros van de mensen of net in bed ligt of zich nog een keer omdraait. Ik heb dat nooit helemaal begrepen. Dan heb je een vrije dag, ga je liggen slapen!? Uitslapen noemt men dat. Ik ken het fenomeen niet zo. Als je wakker wordt ga je er toch uit? Okay, je zou kunnen blijven liggen om een boek te lezen.
Enfin, op de terugweg wenkte een uit het raam van een auto gestoken hand me. Aan de hand zat een Fransman vast die mij in z'n beste Nederlands, het zou ook Frans geweest kunnen zijn, vroeg hoe hij moest rijden om in Antwerpen uit te komen. Hij zei namelijk "Antwerp?" Ik begreep hieruit dat hij waarschijnlijk instructies zou willen ontvangen betreffende de route die hij zou kunnen/moeten volgen om in een plaats genaamd "Antwerp" uit te komen. Wat hij niet wist, maar ik wel, is dat hij nog maar 300 meter bij het Kleinpolderplein vandaan was en dat plein, met een opgebroken een slechts eenrichtingrijdend verkeer toelatende Gordelweg, onmogelijk kon missen en dan vanzelf borden tegen zou komen. Ik maakte rechtdoorgaande gebaren en zei Dordrecht, Breda, Antwerpen. Als hij nu gewoon rationeel en lineair met deze informatie zijn weg zou vervolgen, zou het wel goed komen. Maar niet iedereen begrijpt zulke basisinformatie. Nu is het wel zo dat ik ervan uitging dat hij met Antwerpen die grote stad in België bedoelde. Als hij Antwerp in de staat New York bedoelde, heb ik hem de verkeerde kant opgestuurd. En dat zou niet netjes zijn.

10 september 2010

Clinic, dag 5, naar huis

De oproep voor gebed klinkt over de stad en langzaam wordt het licht. Blijf ik liggen en gun ik mezelf "een sabbat" of wordt het voor een laatste keer langs de Bosporus hardlopen. De discipline wint het van de luiheid en ik hijs mezelf in m'n hardloopoutfit. Zoiets leidt nooit tot spijtgevoelens. Blijven liggen wel.
Er staat een flinke bries en de frisse zeelucht, hoewel regelmatig afgewisseld met wufts die uit de richting van de "sewege plant" komen, doet met goed. Ik ga de kortstondige routine missen.
Gisterenavond de "eating out" met de hele groep, integraal onderdeel van de clinic. Hoge verwachtingen blijken overtroffen en kritische reserves gesmolten. Vanmorgen de "test: in duo's gaan ze het geleerde in praktijk brengen. Daarna evalueren en op weg naar huis. Het is goed geweest. Turkije, tot ziens!

9 september 2010

Clinic, dag vier

Gisteren voor het eerste sinds lange tijd weer hoofdpijn gehad. Niet heel erg maar voldoende om een afspraak met onze leider in Turkije niet door te laten gaan en vroeg ter bedde te gaan. Weet je, het is zo'n geweldig voorrecht om input in de levens van mensen te hebben die leidt tot een beter begrijpen van zichzelf en anderen. Ik zie het als een enorm voorrecht. Maar het is ook een verantwoordelijkheid waar ik wijs en verstandig mee om moet gaan. Allereerst door mezelf goed voor te bereiden maar ook door ervan uit te gaan dat er binnen zo'n groep al veel ervaring is met het onderwerp en het gesprek te faciliteren (in plaats van ellenlange monologen te houden als ware het dat ik de expert zou zijn). Nog twee dagen. Wel, eigenlijk anderhalve dag omdat we morgen rondom de lunchtijd klaar zijn ik ik me dan naar het vliegveld dien te spoeden om de tube van vijf uur te halen.
Ik heb het geweldig naar m'n zin maar zie zoals altijd weer bijzonder uit naar de hereniging met mijn geliefde. Bovendien word ik nu langzaam enthousiast bij het idee dat ik ieder moment opa kan worden!
Goed, nog een paar foto's. Vers van de pers. Gisterenmiddag na het programma gemaakt.

Turkse dames poseren voor een vriendin en hebben niet in de gaten dat ik dit ook vastleg. Met m'n lange telelens hebben de meeste figuranten niet door dat ze voor mij poseren. Dat is ook het leukst om te doen. Snapshots uit het dagelijkse leven zou je ze kunnen noemen.

Maiskolven zijn overal te koop voor een habbekrats

Zonder water is geen leven mogelijk. Zonder levend water is er geen hoop voor de toekomst.

Een hobbyvisser of iemand die z'n avondmaaltijd bij elkaar hoopt te vissen?

Zonder de duizenden bootjes en boren zou de Bosporus maar een saaie boel zijn.


8 september 2010

Clinic, dag drie

"Time flies, when you're having fun." Nog twee nachtjes en ik mag mijn koffer weer inpakken. Het gebeurt niet vaak dat we applaus krijgen na een intensieve dag van trainen maar gisteren en eergisteren kregen we aan het eind van de dag zowaar deze blijk van waardering. Hoewel zoiets me best wel in verlegenheid brengt geeft het anderzijds een gevoel dat je inspanningen niet tevergeefs zijn. Wat interessanter is, is wat de deelnemers er over een maand, of over drie maanden mee doen. Pas als de clinic leidt tot een daadwerkelijke verandering in kijkrichting en gedrag hebben we het goed gedaan. Over een paar maanden weten we dus meer.
Het hotel waar ik verblijf heeft het meest noodzakelijke in huis, inclusief bonus: een te kort bed en schimmel aan het plafond. Met het licht uit merk je van dat laatste helemaal niets. Het staat op 100 meter van de bus en veerboot station. Letterlijk tienduizenden Turken maken dagelijks gebruik van de veerboten om de Bosporus over te steken van het Aziatische gedeelte naar het Europese gedeelte van Istanbul.
Op de hoek van "mijn" straat is vers geperste sinaasappelsap te koop. Voor een halve euro krijg je een overvolle plastic beter met koel, vers sap. Er zijn al heel wat euro's in geinvesteerd.
Vandaag dus dag drie met allereerst een uitgebreide "review:" waar hebben we het ook alweer over gehad. Vervolgens het formuleren van doelen, een debat over "mixed gender mentoring;" dat schijnt een issue te zijn binnen het bedrijf waar de deelnemers voor werken, de plaats van huiswerk en opdrachten en dan vanmiddag kijken we een film waarin mentoring principes goed, hoewel op enigzins vreemde wijze, tot uitdrukking worden gebracht (Finding Forrester).


7 september 2010

Clinic, dag twee

Gisteren, de start van de mentoring clinic, was tevens de meest intensieve dag. Maar we hebben het gehaald en vanaf het eerste uur was er een click met de groep. Zonder zo'n click kun je het wel vergeten. Vandaag dag twee. Een makkelijke dag voor mij. Ik hoef maar twee en een half uur terwijl mijn collega het zwaarste deel heeft.
Gisteren anderhalf uur gezocht naar bananen. Het lijkt erop dat Istanbul niet al teveel met bananen heeft.
Moet gaan. Nog wat foto's:


6 september 2010

Aan de slag

Gisteren was de eerste dag in Istanbul meteen de laatste om ook maar iets van de stad te kunnen zien (eigen schuld, moet je maar niet zo scherp plannen). Helaas regende het vrijwel de hele dag pijpestelen. Vanmorgen langs de Bospurus hardgelopen. Dat viel helemaal niet tegen met een speciaal aangelegd autoloos traject dat, geheel op z'n Turks, na een paar kilometer abrupt uitloopt in een zandpad met daarna niets meer. Zometeen aan de slag met een de mentoring clinic.
Tussen de buien door toch nog wat foto's kunnen maken.







4 september 2010

Wonen in een kosmische kubus?

Op het CIP zijn tot nu toe 66 reacties gekomen op een uitspraak van Willem Ouweneel dat sommige zaken in de Bijbel onmogelijk letterlijk genomen kunnen worden. Ik kan me een boek herinneren dat uitgebreid ingaat op de kubus uit Openbaringen 21: de "stad van God" bedraagt hier 12.000 stadien in het kwadraat (een stadie is de afstand die in een soldatenmars in 1 minuut wordt afgelegd wordt). Een flinke kubus dus. In het boek stonden opengewerkte modellen met verdiepingen en werd uitgelegd hoe geweldig het zou zijn om in deze kubus te wonen.

Later, in "Star Trek" zag ik een dergelijke kubus terug; het verblijf van de Borg. Er zijn complete volksstammen die in hun beleving en overeenkomstig hun letterlijke interpretatie van alles wat er in de Bijbel staat later in zo'n kubus menen terecht te komen. Een van de moeilijkste opdrachten waar een volgeling van Jezus tegenaan loopt is om te bepalen wat letterlijk genomen dient te worden en welke passages symbolisch zijn. Daar is fijngevoeligheid en inzicht voor nodig. Met een welles-nietes discussie zoals deze zich ontspint op de CIP site is niemand geholpen.
De hof van Eden was door God "goed" gemaakt. Zou Hij zichzelf overtreffen door een "beter" model voor de mens ter bewoning te scheppen? Wat "goed" is in Gods ogen, blijft "goed;" er bestaat geen upgrade van een "minder" model. Gods oorspronkelijke model voor de mens blijft gehandhaafd. In die hof van Eden waren alle ingrediënten om lang en gelukkig te leven, inclusief het summum: God die onder de mensen beweegt en wandelt inde avondkoelte. Met andere woorden; ik neem Gods scheppingsmodel letterlijk en beschouw mezelf als een "Edenist" en daag de "kubisten" onder ons uit om, als je meent dat alles in de Bijbel letterlijk bedoelt is, dat vooral consequent met elk vers te doen. Je loopt dan vanzelf vast.
Vandaag vertrek ik naar Turkije om een week lang op te trekken met een groep leiders die ernaar verlangt om Christusgelijkvormig leiding te geven. Als je je daarmee bezig houdt verdwijnt de discussie over de kubus ja of nee vanzelf naar de achtergrond en komt Christus wat helderder naar voren. Daar zie ik naar uit.
O ja, ik vlieg vanavond in een blauw-witte tube met vleugels.

3 september 2010

De zegen van gezondheid

Gezond van lijf en leden zijn is een bijzonder voorrecht. Toen ik vanmorgen vroeg onder een deken van mist waar de zon doorheen probeerde te prikken door het Zestienhovense park aan het hardlopen was, kon ik God oprecht danken voor de zegen van een gezond lijf. Hoewel het kraakbeen in m'n rechterknie van zich liet horen en ik m'n snelheid daarop aan moest passen, was dat zo'n beetje het enige dat niet helemaal deugde. Danken voor wat ik vandaag heb is belangrijk voor me geworden. Gezondheid en geluk kun je namelijk niet plannen en wat er vandaag is, kan plotseling veranderen. De kunst van het leven is volgens mij dat we, ongeacht de omstandigheden, de nabijheid van God ervaren. God ontmoeten en beleven in de frisse ochtendlucht, in de rolstoel, op een moeilijke werkplek, in een moeizaam huwelijk, in verlies en verraad; de intensiteit van zo'n beleving mag niet door de omstandigheden worden bepaald maar door vallen en opstaan, door rebellie en aanvaarding in die omstandigheden worden beleefd. En dat is een proces. De een fietst wat makkelijker door zo'n proces heen, terwijl anderen daar langer mee worstelen. "Immanuel, 'God met ons,'" is en blijft het grootste wonder van de genade die God ons geeft in Christus.

Vandaag de puntjes op de i zetten voor de Mentoring Clinic in Turkije die maandag begint. Samen met een collega vertrek ik morgen naar Istanbul en leiden we een groep van twintig mannen en vrouwen door vijf intensieve dagen van leren, ontdekken, interactie en oefenen met als doel dat de deelnemers na vijf dagen beter toegerust zijn om effectief anderen bij te staan in hun levensreis en persoonlijke ontwikkeling.

1 september 2010

Opnieuw onderweg

Later vandaag hoop ik de geleende caravan in de geleende auto met trekhaak weer huiswaarts te sleuren. Vannacht met sokken aan geslapen. De zomer lijkt hier voorbij. Weer wat ideeën voor titels van boeken die ik (n)ooit ga schrijven:
'Het koninkrijk op klompen.'
'Waarom lopen over water als je met de boot kunt gaan ?'
'Aanbidden tussen de aardappels.'
Wat zouden die titels gemeen hebben? De rode draad zou zijn hoe God zich tot het natuurlijke verhoudt en waarom bovennatuurlijke manifestaties van zijn macht slechts spaarzaam voorkomen. De hang naar het bovennatuurlijke is over het algemeen groot. Waarschijnlijk omdat we het natuurlijke maar moeilijk kunnen aanvaarden, vooral als de bewegingen in het natuurlijke geen zin en betekenis lijken te hebben. Het bepaalt ons bij de gebrokenheid van de wereld waarin we leven en het verlangen naar het volmaakte. En dat vraagt om een bovennatuurlijk ingrijpen.