30 april 2010

Gedwongen vertrek

Onder zachte dwang wordt Lot, samen met zijn vrouw en twee dochters Sodom uitgeleid. tenminste, als je "sleuren" (Gen. 19:16) zachte dwang kunt noemen. We lezen in de Bijbel niet zo vaak over gedwongen reddingen hoewel er genoeg verhalen zijn van mensen die hun knieval voor de Koning als een gevolg van omstandigheden beschrijven. De omstandigheden lieten hen slechts een keuze; zich laten vallen in Gods reddende hand.
Het is me wel eens verweten dat, toen ik geen kant meer op kon, God opeens goed genoeg was. Een duo Hare Krishna's verweet me eens dat ik de verantwoordelijkheid voor mijn eigen keuzes afschoof op Christus. En ja, ze hadden helemaal gelijk. Het is toch geweldig nieuws dat waar je geen enkele kant meer op kan er plotseling een redder ten tonele verschijnt? Wie zou niet zijn blik op die redder richten?
Goed, het vervolg van het verhaal van Sodom. Blijkbaar waren er geen tien rechtvaardigen te vinden. De stad wordt vernietigd en Lot moet zich nu haasten om het vege lijf te redden. Hij probeert zijn aanstaande schoonzonen mee te krijgen maar die lachen hem vierkant uit.
Het klinkt ook een beetje vreemd. Jarenlang schijnt de zon en morgen zou er plotseling vuur uit de hemel komen en Rotterdam in een smeltoven veranderen? Ook ik zou dat maar moeilijk kunnen geloven.
Maar Sodom verandert in een smeltoven en tijdens de vlucht van Lot, zijn vrouw en twee dochters, raakt Lot ook zijn vrouw nog eens kwijt. Ze draalt en kijkt om; verandert in een zoutpilaar. Daar zit veel symboliek in die we in het onderwijs van Jezus terugvinden. De breuk met het oude leven is absoluut. Maar ook de redding is absoluut. In Openbaring wordt gezegd dat het beter is om of warm of koud te zijn. Lauwheid, dralen maakt besluiteloos en het is nu eenmaal zo dat je je blik maar op ding tegelijk kunt richten.
Daar gaat Lot. Met zijn dochters. Het verleden verbrandt achter hen. Ik ben benieuwd hoe hun toekomst eruit gaat zien.

Albrecht Dürer 1471 – 1528
Lot en zijn gezin verlaten Sodom
olieverf op paneel (52 × 42 cm) — ca. 1496
National Gallery of Art, Washington

Geen opmerkingen: