30 maart 2010

Een poging tot Genesis


Weer thuis heb ik ook weer de rust om verder te lezen in Genesis en de dag te beginnen met een mok Typhoo tee (met melk). Thee drink ik uit mijn nieuwe mok; een leuke herinnering aan twee geweldige weken die vooral geweldig waren omdat Martha erbij was. Martha houdt niet zo van dat gereis (daarom vliegt ze morgen naar Barcelona, denk ik) en normaal gesproken zou ik degene zijn die zich druk maakt over bijna twaalf uur vliegen, maar de frustratie was vooral van Martha's gezicht en lijf te lezen. Nu moet ik zeggen dat het ook voor mij het minst aangename onderdeel is van de reis. Wat we in films en advertenties te zien krijgen over beenruimte, lachende passagiers die er heerlijk ontspannen en gelukkig uitzien is alleen waar voor hen die het zich kunnen veroorloven. De cabine waar de goedkope passagiers zitten heeft iets van een vrachtwagen vol met varkens die vanuit de intensieve houderij onderweg zijn naar een vleesverwerker die deze verwerking tot een wetenschap heeft verheven: het is een oordeel!
Maar goed, je kiest er zelf voor, zou je tegen kunnen werpen. Helemaal gelijk en daarom staat mopperen niet netjes.
Het lezen van Max Weber's "The protestant ethic and the spirit of capitalism" is de aanleiding voor deze gedachtespinsel.
Een luchtvaartmaatschappij verleent geen diensten, maar verkoopt een product met de intentie om zoveel mogelijk winst uit dat product te halen. Dienstverlening is meer een noodzakelijk kwaad en naarmate men bereidt is om meer bij te dragen aan de winst van het bedrijf dat een product aanbiedt, gaat de klasse van dienstverlening ook omhoog. Die kosten worden betaald door mensen die op hun beurt weer een product verkopen. Als hun product nu voldoende winst oplevert, komt de illusie van maakbaarheid naar de voorgrond; geluk kan worden gekocht. Maar dat geluk wordt alleen beleeft als er vergelijkingsmateriaal is, in dit geval het vee dat zich vijf meter verderop door de nacht frustreert. Maar ook dat vee heeft een keuze gemaakt. Iets meer betalen om in een keer van Amsterdam naar Bangkok te vliegen bijvoorbeeld, heeft ook een prijs. Via Moskou, Londen, Parijs, Dubai, Wenen kan het ook. Och, de pijn van een doorverbinding of overstap, laten we het daar maar niet over hebben.
Dus, ben ik nu zielig? Nee, ik ben een kapitalist. In plaats van genoegen te nemen met het meest noodzakelijke in dit leven (voedsel en onderdak) kies ik voor werk waarbij gereisd moet worden. Dat hoefde ik niet te doen, dat is mijn keuze. Er is en was een alternatief.
Als u, geachte lezer, ooit weer iemand hoort mopperen over te weinig beenruimte, geprefabriceerde vliegtuigmaaltijden, dehydratie, gedoe op vliegvelden, wachten, in de rij staan enz., kijk deze man of vrouw dan indringend aan en zeg: "Kappen met dat gezeur; je bent niet zielig, je bent een kapitalist."
Goed, ik had wat over Genesis 7:2 willen bloggen maar dat komt morgen wel (Hoe wist Noach welke dieren rein of onrein waren?)
Een volgende blog zou dan kunnen gaan over wat een kapitalist nu eigenlijk is.

Geen opmerkingen: