24 februari 2010

Overstroming

In Genesis 4 vinden we het verhaal van de broers Kaïn en Abel. De opdracht van God tot het bewerken van de aarde leidt onder andere tot werkverdeling. Kaïn wordt landbouwer en Abel veehouder. Op een gegeven moment brengen de broers een offer aan God; de opbrengst wordt aan de Heer gewijd. Nu merkt de Heer Abel's offer op maar voor het offer van Kain schijnt Hij geen belangstelling te hebben.
De gangbare evangelische verklaring hiervoor is dat Abel intuïtief begreep dat er bloed moest vloeien en Kain daar zo'n beetje blind voor was. Maar is dat juist?

"Dat God het offer van Kain niet aanzag, moet niet afgeleid worden uit zijn gezindheid, ookniet uit verkeerd offermateriaal en evenmin uit de eventuele omstandigheid dat hij het opeen verkeerde manier bracht. Veeleer wordt in de taal van het oude verhaal tot uitdrukking gebracht, dat de een in zijn beroep voorspoed had en de ander niet. Het ervaren van de toe- of afwending van God is hier hetzelfde als het ervaren van het al of niet gezegend worden. Van voorspoed of mislukking. Daarmee wil de verhaler zeggen dat Kain er geen schuld aan had. dat zijn arbeid niet gezegend wordt; dat moet juist onverklaard blijven. Het behoort tot de oerervaring van de mensheid, dat gelukken of mislukken niet verstandelijk verklaard kunnen worden: God ziet het offer van de een aan, dat van de ander ziet hij niet aan. ...bij gelijke condities en gelijke wil om te werken gelukt het de een wel en de ander niet. Daarin ligt een van de wereldwijde conflictmotieven tussen broers.." (Dr. C. Westerman, Genesis 1, Kok, Kampen, 1986, 51). Het verschil tussen Kain en Abel is onder andere, volgens Hebreeen 11:4, dat Abel geloof demonstreerde. Mogen we hieruit concluderen dat juist het geloofsaspect bij Kaïn ontbrak en hij alleen oog had voor wat zich in het zichtbare afspeelde en het grotere verhaal waarin God de hoofdrol speelt niet zag? We zien dit in zijn reactie: Kaïn reageert met jaloersheid en slaat Abel dood. En dat terwijl God ook Kaïn wilde bemoedigen, "Handel je goed dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen, maar jij moet sterken zijn dan zij" (Genesis 4:7).

Waar het mij om gaat is dat we voorzichtig moeten zijn met interpretaties die alleen mogelijk zijn als je de de toekomstige context erbij betrekt.
Bijvoorbeeld: het belang van het bloedvloeien, dierenoffers en altaren waarop geofferd wordt, komt pas veel later aan de orde.
Zo vinden we in Genesis 3 en 4 een genadige God die de doodstraf niet uitvoert maar de schaamte bedekt, de vrouw die moeder wordt en de naam "leven" krijgt. "De ver van God levende mens blijft de door God gezegende" (Westerman, 45).
Ook na de broedermoord is God degene die genade betoont en Kain met een geweldige belofte de wereld in stuurt. Genesis stroomt over van vergeving!

Marc Chagall, La Bible - Cain et Abel, 1960