26 februari 2010

Aanroepen

Een opmerkelijke gebeurtenis (een van de vele) in het Genesis verhaal is dat na verloop van tijd "men de naam van de Heer begon aan te roepen." We lezen eerst over de vorming van cultuur (stad bouwen, rondtrekkende veehouders, ontwikkeling van muziek en muziekinstrumenten, brons- en ijzerwerkers). Zonder er meteen van alles in te willen lezen blijft het frappant dat de mens, nu ver van God weg, zich toch bewust is van het hogere en dat begint aan te roepen, te benoemen, te proclameren, te aanbidden. En dat terwijl de Heer (JHVJ) zich nog niet als zodanig had bekendgemaakt. Dat kwam pas aan de beurt toen Mozes de zijn spectaculaire ontmoeting met God had.
Ze begonnen dus niet de Heer aan te roepen maar "slechts" de naam van de Heer. Hoe zouden ze dat gedaan hebben?
Ik probeer het me zo voor te stellen: ik vertel niemand hoe ik heet maar laat al die niemanden wel weten dat ik in de buurt ben. Bijvoorbeeld door de verhalen van mensen die me uit het verleden kennen. Of, men weet van mijn bestaan middels deductie; het nachtelijk staren in de eindeloze leegte van het universum, de verwondering over hoe leven ontstaat en groeit, de verbazing over de complexiteit van van alles en nog wat (Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar, Rom. 1:19-20).
Ten slotte, zonder dat iemand me ooit heeft gezien, kennen ze me allerlei eigenschappen toe en gaan deze benoemen.
De genadige God laat, hoewel we in een gebroken wereld leven, voldoende sporen achter om de mens Hem te doen aanroepen.
En dat aanroepen leidt tot openbaring van Zijn wezen en bedoelingen. Aanroepers komen uiteindelijk bij Christus uit. De zoon van God die onze gebrokenheid op zich heeft genomen en die door zijn Geest ons hart aansluit op het hart van de Vader.