26 januari 2010

India 17, In elkaar's macht

De pronk van de Jordaan ligt verwoest. Ik durf de parallel aan met de kroon op God’s schepping die, onder Zijn macht vandaan, is overgeleverd aan de macht van zijn naaste (Zach. 11:6). Aan elkaar overgeleverd staan we in een machtsverhouding tot elkaar. Status, kaste, opleiding, vermogen bepalen wie wie mag dienen of commanderen. Je hoeft er niets voor te doen. De machtsverhoudingen zullen niet altijd aan de buitenkant zichtbaar zijn, ons hart weet wel beter!

Gisteren met wat medestudenten een vorig jaar afgehaakte studente opgezicht. Twee uur met de autoriksja heen, anderhalf uur in het centrum van Secunderabad met haar krankzinnige verkeer gewacht, een uur gegeten en anderhalf uur terug. De stroom bedelaars die in die anderhalf uur van wachten me aanklampten eindeloos en de aanklacht in mijn hart meedogenloos. Wie krijgt wat en wanneer stop ik. De een geeft nooit. Uit principe niet of omdat er een complottheorie heerste die de Indiërs doet geloven dat de bedelaars eigenblijk stinkend rijk zijn en verenigd zijn in bendes. Ik trek een grens als de muntjes op zijn en er alleen papiergeld in mijn portemonnee zit. Maar, zegt een stemmetje in mijn hart, als je dat ook weggeeft zit er zelfs nog geen deukje in mijn bankrekening. Ik troost me met de gedachte dat niemand papiergeld weggeeft en verschuil me de meerderheid.

En zo sta ik daar. In hevig conflict met mezelf. Het huilen staat me nader dan het lachen. Ik voel me machteloos en hypocriet.

Ja, het hart is arglistig en de stroom bedelaars schijnbaar eindeloos. Het conflict gaat niet weg en ik realiseer me dat mijn probleem pas echt groot is als dat wel zo zijn.

1 opmerking:

Sanne zei

Het is zo herkenbaar maar ik heb het in Rotterdam, waar de stroom bedelaars minder groot lijkt maar als je goed kijkt zijn er genoeg.