30 december 2009

Geef (2-5)

In het Onze vader is deze zin (Geef ons heden ons dagelijks brood) het eerste element waar het over ons gaat. Het eerste deel van het gebed gaat vooral over God.

Laten we eens naar de paar woorden kijken. Het zijn er maar zes waarvan eentje twee keer voorkomt. Twee anderen liggen in elkaars verlengde; heden en dagelijks. Er blijven er feitelijk vier over: Geef ons nu brood.

GEEF
"Geef" is in zekere zin een belijdenis van afhankelijkheid. God heeft iets wat wij niet hebben. Zonder Zijn bereidheid om te geven, hebben wij helemaal niets.
Het gaat om meer dan het brood. Brood kan niet zonder vruchtbare grond, licht, warmte, water, graan, boer en bakker. Aan de basis van de vraag aan God om ons te geven, ligt de erkenning dat dit alles van Hem komt en dat Hij boven dat alles uitstijgt.
Wij kunnen door hard te werken, en in Nederland ook door helemaal niet te werken, middelen verwerven om een brood te kopen en denken daarmee onafhankelijk te zijn. Wie houdt wie voor de gek? In Hem leven en bewegen wij, zegt Paulus. Als God besluit om Zijn adem in te houden kan onze portemonnee nog zo vol zitten; er zal geen brood op de plank liggen!