31 augustus 2009

Biddende Job

Gisterenavond sprak een man me aan na mijn toespraak in de sporthal van Meerkerk waar 1200 man bijeen was voor de jaarlijkse evangelisatiedienst die door de gezamenlijk kerken wordt georganiseerd. Het is een enorm voorrecht om de weg naar het Leven te mogen uitleggen. Om te spreken over bekering en over de Weg van Golgotha als de weg die bij ons past, de weg waarvoor we oorspronkelijk zijn geschapen.
De man vertelde me dat het hem bijzonder had aangesproken dat God bij ons in onze pijn, in ons verdriet, verlies, vragen, teleurstellingen.
Te snel en gemakkelijk leggen predikers de lat bij geluk en voorspoed waardoor velen die lijden het gevoel hebben dat ze zich niet kwalificeren; dat God er niet voor hen is omdat ze Hem niet in alles kunnen danken. Kunnen we het lijders kwalijk nemen als ze wordtelen met vragen over ernstige persoonlijke tragedie. Is het fout om je in een levensseizoen te identificeren met Job die zijn geboortedag vervloekt? Zat Job ernaast toen hij dat deed en had hij normaal christelijk gedrag ten toon moeten spreiden en God danken, ondanks zijn tragedie. Was Job's ontdekking niet ten diepste dat God bij hem was? Ook in zijn diepste nood.
Zat deze man ernaast toen hij zijn auto langs de weg parkeerde en in een weiland zijn nood uitschreeuwde naar God toe? Hij vertelde hoe God Hem juist daar, in de schreeuw uit het diepst van zijn ziel ontmoette. En toch praat hij er maar weinig over omdat hij bang is voor het oordeel van zijn medegelovigen; je scheldt niet op God, je roept God niet ter verantwoording en je ondergaat het lijden in stilte. Niet dus.God nodigt uit om onze diepste zieleroerselen met Hem te delen. We leven in een krankzinnige wereld en het is een wonder dat niet meer mensen aan het leven kapot gaan. Het evangelie is de boodschap van hoop. God buigt zich naar ons toe, wacht niet op onze triomf maar wijst ons op Zijn triomf aan het kruis, hoe paradoxaal dat ook is.

Marc Chagall, Job Praying, 1960