10 juni 2009

Ingezegende transportmiddelen

Vanmorgen, tijdens mijn hardlooprondje, reflecteerde ik nog wat op mijn bezoek aan Zuid-Afrika in Mei. Een van de zaken die me maar niet loslaat is de vreemde gewoonte om een auto te zien als een "zegen van God". Het hoeft geen nieuwe te zijn, als hij maar vier wielen heeft en een enigszins werkende motor. Natuurlijk begrijp ik dat het een zegen is als een auto je helpt om mobieler te zijn maar daar gaat het niet om. Het heeft met status te maken. Als je een auto hebt, heb je iets bereikt en stijg je in aanzien; je behoort nu tot de rijkere bevolkingsgroep.
Ik vroeg aan een voorganger, die regelmatig wordt geacht om de inzegeningsceremonie van gemeenteleden die door God gezegend zijn met een auto (en daarvoor de rest van tijd die de auto nog rest financieel kromliggen) of een fiets ook ingezegend kon worden. "Nee, we doen geen fietsen", was zijn antwoord.
Een gemeente waar ik een paar dagen later sprak had onlangs geld opgehaald om 400 fietsen te kopen voor voorgangers in India die gewoon zijn alles met de benenwagen te doen. Voor veel Indiers is de fiets met recht een zegen van de Heer. Rondom de fiets wordt een dankstond gehouden en het gebeuren wordt op de gevoelige digitale plaat vereeuwigd.
Voor de Zuid Afrikanen is een fiets te gewoon om gezegend te worden. Voor veel van mijn Indiase collega's is het aanschaffen van een fiets een enorme belevenis.

Waar het me om gaat is dat het dualistische denken en praktijk in iedere samenleving voorkomt en zich op cultuurunieke manieren manifesteert.
Een Bijbelse kijk op dit soort zaken zou zijn dat we geen onderscheid maken. Kleine, grote en middelgrote zaken, betekenisvolle en niet noemenswaardige zaken; we leven ons totale leven in Zijn tegenwoordigheid en mogen alles als uit Zijn hand ontvangen. Dankbaarheid vult onze harten. Ik beschouw me dan ook als een geweldig gezegend mens en heb de verantwoordelijheid om die zegen met anderen te delen.

O ja, mijn auto is te koop. Zie hier. Geen geintje.

1 opmerking:

  1. Het heeft alles te maken met het verschil tussen verwend zijn en niet verwend zijn, denk ik. Verwend zijn gaat steeds meer wennen; het valt niet op zonder contrast. Dat is meestal niet zichtbaar.

    BeantwoordenVerwijderen