25 juni 2009

De honden en katten

Gisteren lag ik een half uurtje in de zon. Maar dat was geen fijne ervaring. De katten van de buren hebben namelijk onze tuin tot openbaar kattentoilet verklaard. Ze graven er lustig op los en blijken dit aardiger te vinden dan het rondrommelen in een halve vierkante meter kattenbak. "Je kan er niets aan doe," zegt Martha. "Het enige dat helpt is ze te eten geven. De hand die die de katten voedt, is een geliefde hand en het erf wordt dan door de katten gerespecteerd." Ik doe niet aan illegaal katten voeren. Ik "ksss" en ren naar buiten als ik een van de katten een slinkse blik onze woonkamer zie binnenwerpen. Ik weet dan namelijk hoe laat het is. Zij weten het ook. Niet rationeel, maar instinctief. Als katten een geweten zouden hebben, zou er voor hen geen leven mogelijk zijn. Hun chronische opportunisme en narcisme zou voor de beesten een te zware last zijn om te torsen. Schuldgevoel zou leiden tot depressie en allerlei daaraan verwante ziekten zoals haaruitval en paranoia.
Vanmiddag gaan Martha en ik de uitwerpselen wegscheppen en de verkoren plaatsen opvullen met bodembedekkers.

Waar komt die drift om huisdieren te houden toch vandaan? We kwellen honden en katten door ze in veel te kleine ruimtes op te sluiten. Toen de mensheid van het feodale naar het industriƫle tijdperk evolueerde dacht men deze beesten nog steeds te kunnen houden. Het boerenerf maakte plaats voor minihuisjes met minituinen. Wij pasten ons wel aan. Maar de beesten niet. Die zijn wat ze zijn. Honden en katten hebben ruimte nodig. Onze woonkamers bieden dat niet. Dus moeten ze naar buiten. Honden onder begeleiding en katten kunnen via kattenluiken de wijde wereld in. Opportunistische als ze zijn komen ze toch wel terug naar de hand die hen voedt.
Heb ik iets tegen deze beesten. Nee, maar ik vind dat ze niet thuishoren in te kleine huizen met te kleine territoria.