24 mei 2009

Hollandse diepgang

Het eerste wat de terugkeerders uit warme landen te horen krijgen als ze door de schuifdeuren "aankomst 1, 2 of 3" op Schiphol zichtbaar worden en ophalende geliefden hen om de nek vliegen, zijn zaken zoals:
"Ohhh, wat zijn jullie bruin geworden".
"Ja, tien uur geleden zaten we nog in 35 graden"
"Tjonge jonge, hoe is het mogelijk"
"En, trouwens, wat zijn jullie vroeg, het vliegtuig zou pas om tien uur landen en jullie waren er al om vijf voor tien".
"Tja, wind mee zeker."
"Weet je dat tante Ans een nacht in het ziekenhuis heeft gelegen nadat ze geholpen was aan een ingegroeide teennagel? Het was een kompleet drama."
Zo'n zelfde gesprek op niveau vond plaats aan het tafeltje naast ons toen Martha en ik op woensdagavond zaten te eten in "Ie-Sicht", aan het Friese water.
De vier mannen kwamen later binnen en gingen weg toen wij nog zaten na te tafelen.
Een van de mannen probeerde een uur lang de andere drie te overtuigen van een route (waarschijnlijk naar een vakantiebestemming) die minder fileleed zou opleveren. Ik begreep uit het "gesprek" dat de eerste stop ergens in Limburg zou zijn. Terwijl de ene man z'n best deed, deden de andere drie heel erg hun best om tussendoor nog andere gesprekjes met elkaar te voeren. De eerste man had waarschijnlijk al teveel bier gedronken en zette z'n redevoering luid door, ongevoelig voor welk verbaal-, en non-verbaal signaal van de overige drie, waaruit duideijk bleek dat hij beter z'n mond kon houden.
Een van de gesprekspartners probeerde om de vijf minuten in te breken met de mededeling dat "we er niet over kunnen praten, want we zijn niet voltallig". Ik stelde me zo voor dat voltallig betekent dat ze met tien mannen om een tafel zitten en over de mogelijke routewijziging praten om dan na drie uur, veel bier en rode hoofden, alles bij het oude laten.
Overigens zijn Nederlands erg luid in gezelschappen (in vergelijking met andere culturen). Het lijkt wel dat, als Nederlanders in groepen optrekken, de rest van de wereld voor hen ophoudt te bestaan. Het vervelende is dat, ook al wordt er veel herrie gemaakt, het meestal nog steeds nergens over gaat.
Misschien is het de leeftijd maar ik tref mezelf steeds vaker zwijgend aan. Er wordt al zoveel lawaai gemaakt. Laten we het, of ergens over hebben, of in stilte genieten van uit- en vergezichten en de tijd doorbrengen met het verkennen van gedachten, gevoelens en vragen om zodoende tot iets zinnigs te komen als we dan onze mond een keer open doen.

Geen opmerkingen: