10 april 2009

Van tevoren gekend

"Van tevoren gekend, bestemd, geroepen, gerechtvaardigd en verheerlijkt". Dit is het rijtje zoals we dat in Romeinen 8:1-30 tegenkomen en is de inzet van een al eeuwen durende discussie over de vraag of God van tevoren sommigen er heeft uitgepikt om behouden te worden en anderen om verloren te gaan.
Ik wil eens kijken naar "tevoren gekend".
Ons begrip van kennen is vooral in de sfeer van het verstand en wordt dan ook als zodanig uitgelegd. Ik wil hier niet een uitvoerige en technische woordstudie doen want dan zou je meteen ophouden met lezen. Een eenvoudige en heldere uiteenzetting vindt je hier (in het Engels).
Het Bijbelse kennen, en in onze context van de 'uitverkiezing', gaat veel verder dan een verstandelijk en planmatig feitenspelletje.
De Bijbel geeft alle aanleiding om "van tevoren kennen" te vertalen als "van tevoren liefhebben", hetgeen duidt op een universele liefde zonder onderscheid te maken tussen ras, kleur, moraliteit of wat dan ook.
God heeft van tevoren besloten dat alle mensen het object zijn van Zijn liefde. Hij kan niet anders
want het is Zijn wezen, of aard.
Wat helpt om ons "kennen" begrip te vergroten: Jozef "had geen gemeenschap met haar (Maria), voordat zij een zoon gebaard had" (Mat. 1:25). Hier vinden we hetzelfde woord (in het Grieks) maar dan in negatieve zin. Oudere vertaling lezen dat Jozef 'haar niet kende...". Het "kennen" tussen Jozef en Maria werd pas geactiveerd nadat zij haar eerste zoon had gebaard.
Boeiend is Eugene Peterson's vertaling van de Romeinenpassage in "the Message". Ik zal proberen dit zo nauwgezet mogelijk te vertalen naar het Nederlands. Peterson's uitgangspunt is zonder twijfel een liefhebbende God:
"God wist vanaf het begin wat Hij deed. Toen al besloot Hij om de levens van hen die Hem liefhebben om te vormen in overeenstemming met het leven van zijn Zoon. De zoon loopt vooraan in de rij van herstelde mensen. We zien het oorspronkelijk bedoelde beeld van ons leven in Hem. Nadat God had besloten hoe zijn kinderen eruit zouden zien, volgde Hij dat op door mensen bij hun naam te roepen. Nadat Hij ze bij hun naam had geroepen, zette Hij ze op een stevig fundament met Zichzelf. En toen, nadat Hij ze stevig had neergezet, bleef Hij bij ze tot aan het het eind zodat Hij het werk dat Hij in hen begon volmaakt tot een einde bracht".

Bij het lezen en interpreteren van deze passage moeten we het grotere plaatje in de gaten blijven houden. Paulus schrijft tegen de achtergrond van mensen die lijden en dus het gevaar lopen om de moed te verliezen. "Hoop" staat centraal en met zijn woorden wakkert hij de hoop, een beter uitzicht aan.
God heeft niet alleen lief met woorden, maar zet dat om in actie. Allereerst door Zijn zoon te geven. Daar staan we trouwens vandaag extra bij stil; het lijden en de dood van Jezus. Die liefde wordt niet alleen geactiveerd door iets wat van buitenaf aan ons gebeurd maar dus ook door met ons een traject in te gaan waarvan de uitkomst vaststaat.