11 maart 2009

De redenering


Hij vond het zelf ook een wat goedkope redenering en ik hoor het wel vaker: "Als ik stop met het kopen van goedkope t-shirts die door kinderen (of andere personen die onder mensonterende omstandigheden moeten werken) in China, India of welk lage lonen land dan ook worden gemaakt, dan komen die kinderen in de prostitutie terecht, dus is het beter om ze wel te blijven kopen".
Een andere reden om ons niet te druk te maken over armoede in derde wereldlanden: "Ze hebben geen geld, houden hun hand maar al te graag op maar hebben wel allemaal een mobieltje. Blijkbaar hebben ze mijn hulp niet zo hard nodig."
Deze gewetensussers, en varianten hierop, leiden en hebben geleid tot een masssale passiviteit. Niet alleen onder gelovigen (die geven naar verhouding best wel veel) maar in zijn algemeenheid.
Het zijn redeneringen die eeuwenlang de slavenhandel legitimeerden en dat nu, zij het verkapt, nog steeds doen.
Gisterenavond in Enschede gesproken over 'rentmeesterschap'. Dat is en blijft een Bijbelse opdracht en ik wil me meer inzetten om anderen te bewegen om deze opdracht serieus te nemen, daar in eigen leven meer gestalte aan te geven.
We zijn, ondanks de financiele crisis, nog steeds stinkend rijk in Nederland. Als de overheid zou besluiten om de belastingen met 1% te verhogen en de opbrengst daarvan geheel ten goede doet komen aan ontwikkelingssamenwerking, doe ik graag mee.
We delen al een klein beetje van onze rijkdom. Dat mag best wel wat meer. Ongelijkheid zal blijven bestaan (de ander een mobieltje minder gunnen dan onszelf). Dat zit in de mens ingebakken. Om tot gelijkheid te komen is allereerste een verandering van het hart nodig en een radicaal getransformeerd leven. Dat is mogelijk maar het vraagt om een radicale ommekeer in ons eigen leven en een ingrijpen van Boven.
De iongelijkbheid ziet er momenteel ongeveer zo uit. verdeel tien boterhammen onder tien mensen. Op het eerste plaatse zie je de Westerling met zijn deel en op het onderste plaatje zie je negen anderen met wie ik de tien boterhammen deel. Ik krijg er negen en mijn negen medemensen moeten samen de resterende boterham verdelen.