17 februari 2009

Open brief aan God

Beste God,

Hier beneden is men druk doende om vast te stellen of U de wereld nu wel of niet in zes echte dagen heeft gemaakt. Die discussie had U best wel kunnen voorkomen door wat specifiekere informatie door te spelen naar de Bijbelschrijvers. Nu moeten wij het maar uit zien te vogelen. Congressen, studies en conferenties worden georganiseerd en hele knappe mannen opgetrommeld om hun interpretatie van wat er nu precies gebeurde aan Uw mensen te verkopen. Ik wil niet pessimistische zijn, maar ik denk niet dat we er uit gaan komen.
Nu vraag ik me af of U het heel erg vindt als ik zeg dat het mij niet zoveel kan schelen of het nu zes dagen waren, zes periodes of zes wat dan ook. Ik hoop dat het mij niet te zwaar wordt aangerekend. U moet toegeven dat U zelf wel aanleiding heeft gegeven tot deze discussie. In de eerste hoofdstukken van Uw boek is er best wel wat verwarring en er zijn hiaten in het manuscript. Wilt U daar misschien mee zeggen dat het U ook niet zoveel kan schelen of we nu wel of niet in een jonge aarde die in exact zes dagen is geschapen en dat het U er meer om te doen is dat we geloven dat U degene was en bent die het initiatief hebt genomen? Dat U sprak en het was er? Met dat laatste heb ik niet zoveel problemen.
U heeft ook tot mij gesproken, 31 jaar geleden. En opeens was het er: Nieuw Leven in Uw zoon Jezus Christus.
Misschien dat de schepping ook een beetje verliep zoals het bij mij gaat; U spreekt en het staat er. Maar U weet veel beter dan ik dat we er daarmee nog niet zijn. U neemt Uw tijd met mij. De nieuwe schepping die U in mij tot leven riep heeft best wel veel tijd nodig om te rijpen.
Maar goed, nu trek ik al conclusies en daar gaat het niet om.

Wat me bezighoudt is dat wij, Uw kinderen, ons niet zoveel lijken aan te trekken van alle andere woorden die U in Uw boek heeft gesproken. Sommige van die woorden zijn zelfs met de grootst mogelijke moeite niet voor tweeƫrlei uitleg vatbaar.
U zegt dat we de wereld in moeten gaan om volgelingen van U te maken. Over het algemeen blijven we gewoon lekker thuis zitten.
U zegt dat we ons in moeten zetten voor de wezen en de weduwen (Uw volgeling Jacobus zegt zelfs dat dat de ware Godsdienst is) maar in de praktijk zijn we liever met onze eigen (geloofs)ontwikkeling bezig.

Ik wil U niet te lang ophouden maar zou het zo kunnen zijn dat we met die discussie over hoe de schepping nu precies tot stand is gekomen een serieus rookgordijn over onszelf hebben uitgeroepen dat ons nog meer afhoudt van de opdracht die U gaf om allereerst U lief te hebben en vervolgens onze buren zoals we ook van onszelf houden.

Vergeeft U mij en m'n medebroeders en zusters alstublieft en helpt U ons om net zo gemotiveerd te zijn om over het liefhebben van de wereld na te denken; de wereld waar Uw zoon voor stierf?

Groetjes, Jan