12 februari 2009

Ik moet het er toch weer even over hebben..

Vorige week reed ik in mijn Oldtimer naar het Noorden des lands om op een conferentie te spreken. De aanwezigen, waarvan 99% de zestig was gepasseerd, zongen uit volle borst uit de zogenaamde “Johan de Heer bundel”. Ik kende slechts een van de uitgekozen liederen. Nu is er in kerkelijk Nederland een voortdurende en nimmer dovende discussie over uit welke bundel het best gezongen kan worden. Mijn probleem met de Johan de Heer bundel is dat vrijwel alle liederen op de toekomst gericht zijn en vanuit een persoonlijk gevonden zielenheil omhoog worden gezongen. De hippe Opwekkingsbundel heeft daar ook wel iets van maar is een tikkeltje meer op “hoe goed ik me nu voel”gericht. Eerlijk gezegd kan er volgend mij nog niets tippen aan de aloude berijmde psalmen, bij voorkeur op hele noten gezongen zodat zelfs de meest a-ritmische gelovige mee kan zingen. Alles duurt immers even lang en je mag gerust twee keer ademhalen in een zin. War het me even om gaat is het po√ętische gehalte. Probeer dat maar eens te evenaren. Kijken eens naar een stukje uit Psalm 1:

Welzalig hij, die in der bozen raad,
Niet wandelt, noch op 't pad der zondaars staat,
Noch nederzit, daar zulken samenrotten,
Die roekeloos met God en godsdienst spotten;
Maar 's Heeren wet blijmoedig dag en nacht
Herdenkt, bepeinst en ijverig betracht.

Want hij zal zijn gelijk een frisse boom,
In vetten grond geplant bij enen stroom,
Die op zijn tijd met vruchten is beladen,
En sierlijk pronkt met onverwelkte bladen.
Hij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed.
Het gaat hem wel, 't gelukt hem wat hij doet.

Dat is toch prachtig! Samenrottende heidenen en in vette klei gefixeerde gelovigen.
En, nog belangrijker, het is heel erg dichtbij de oorspronkelijke bijbeltekst geschreven.
Hieronder de muziek (de hippere, iets melodieuzere versie)