7 januari 2009

Dode mentors en nog niet dode katten

Het werk zit erop. Alle boeken zijn gelezen, alle verslagen geschreven en ik heb nog twee volle dagen voordat ik naar India ga en drie weken lang de schoolbanken inga. Ik heb er zin in. Net nog even geregeld dat ik voor 80 euro extra drie weken lang een kamer alleen heb. Yes!

O ja, nog een opdracht; het boek Handelingen een aantal keren doorlezen en aantekeningen maken van die passages waar er zich iets in de zin van mentoring afspeelt. Dat hang dan weer af van hoe je mentoring definieert. 'Mensen helpen om hun door God gegeven potentieel te bereiken', is een eenvoudige die ik graag gebruik omdat ik hem kan onthouden.
Als je deze gebruikt vindt er nogal wat mentoring plaats. Prediking en interactie tussen mensen waarin over iets meer dan triviale zaken wordt gesproken, zou dan mentoring zijn.
Tja, dan zou je het ook gewoon 'een gesprekje met inhoud' kunnen noemen. Maar mentoring klinkt natuurlijk veel deftiger.
Leren en verder komen staat centraal.
In die zin kun je ook dieren mentoren, of niet.

De kat van een bevriend echtpaar is door mij gementord. Jaren terug, toen de kat en ik elkaar voor het eerst onmoetten, heb ik het beestje te kennen gegeven dat we elkaar beter niet meer kunnen zien.
Nu, ieder jaar als ik twee of drie weken bij mijn vrienden in Canada verblijf, snelt de kat, zodra ik binnenkom, naar de kelder en komt daar alleen uit om te eten en z'n behoeftes te doen. Totdat ik weg ben. Dat is wat je effectief mentoren zou kunnen noemen.

Geen opmerkingen: