2 december 2008

Acedia

Ik lees een boek van Kathleen Norris, "Acedia & Me". Nu zegt niet iedereen bij het lezen van het woord Acedia, "O, nee, daar gaan we weer. Weer iemand met een mening over Acedia. Kunnen ze niet eens iets anders verzinnen?"
Ik heb het boek gekocht op de aanbeveling van een goede vriend en collega toen ik hem vertelde dat ik door periodes ga van bijna volmaakte onverschillighied en een bijna totaal afwezig zijn van motivatie.
Evagrius Ponticus, een monnik die leefde van 345 tot 399, beschreef en beleefde het:

"Akedia is voor Evagrius Ponticus de ergste duivel, die de mens van binnen verscheurt. Akedia is het onvermogen in het moment te zijn, zich te concentreren op dat wat er op dit moment is. Evagrius beschrijft op humoristische wijze een monnik die door de duivel van de Akedia wordt aangevallen. De monnik zit in zijn cel. Maar hij houdt het daar niet uit. Hij kijkt voortdurend door het raam of er misschien toch niet iemand op bezoek komt. Hij moppert op hardvochtige mede-broeders die vandaag weer niet aan hem denken. Dan kijkt hij naar de lucht of het nog geen etenstijd is. Hij moppert op God, die de zon vandaag zo langzaam laat draaien. Dan leest hij een stukje in de Bijbel. Maar daar wordt hij moe en slaperig van. Dus gebruikt hij zijn Bijbel als kussen om op te slapen. Dan ergert hij zich dat het kussen zo hard is. Hij staat weer op en moppert op alles. En zo wil men steeds ergens anders zijn. Als men werkt, wil mens het liefst niets doen. Als men niets te doen heeft , verveelt men zich ook. Akedia is het onvermogen om helemaal in het nu te zijn." (Anselum GrĂ¼n)

Als je dit leest zeg je waarschijnlijk, "O, daar heb ik dus last van. Gelukkig weet ik nu wat het is en kan ik wat aan doen".

Nou, wat wil ik nu eigenlijk zeggen met deze blog?
Vandaag heb ik een Acedia dag.