15 september 2008

Melbourne

Gisteren kwamen 73 nieuwe recruten aan boord. Dat was nogal een spectacel. Voor het eerst werden ze geconfronteerd met wat voor de komende twee jaar hun huis zal zijn. De aan hen toegewezen 'grote broer of zus' ontfermden zich over de nieuwkomers en zullen hen de komende dagen wegwijs maken op en om de zes dekken van de Doulos.

Gisterenavond in Melbourne gesproken over hoe God de wereld liefheeft en alles gaf om die wereld te redden. Nu gebruikt Hij zijn kindren om die boodschap van redding, vergeving en vernieuwing uit te delen. Thuis, in de straat, op het werk en op school en waar ook ter wereld. Wij ontvangen dat nieuwe leven om het weer uit te delen. Wij geven ons leven weg zoals ook Christus dat deed. Het sterven aan het zelfleven is de vereiste om tot dat weggeven te komen. Zolang ik vast blijf houden aan mezelf is er niets te geven en ben ik mijn eigen en grootste obstakel om die liefde van God door te kunnen geven.

Opnieuw slecht en weinig geslapen. Het is 09.00 en ik zit te knikkebollen.

Ik erger me meer en meer aan het vocabulaire dat zendingswerkers zo eigen is en waarvan ik me afvraag hoe bijbels ze zijn: 'ik wilde mijn hele leven al zending doen' en 'god wilde dat ik alles opgaf en de zending in ging'. Met zending wordt dan bedoeld dat je onbetaald werk verricht voor een club die zich direct of indirect bezighoudt met de verkondiging van de liefdesboodschap van God.
Zodra iemand voor datzelfde werk betaald wordt is het geen zending meer. Te gek voor woorden eigenlijk. Niet alleen wat zending betreft maar over de gehele theologische linie worden begrippen en concepten gebruikt die gewoonweg niet bijbels zijn en tot een enorme spraakverwarring en ongezond dualisme hebben geleid. Daarover later meer.