26 februari 2008

Het heeft lang geduurd, Duitsland, dag 3

Hij is terug. Het is niet mijn vriendje en ik kan heel goed zonder. Vandaag is de mentoring clinic begonnen en ik mocht de aftrap doen met een oude bekende aan mijn zijde: een knallende hoofdpijn!

Vanavond doe ik een sessie de ik "Je temperament en mentoring heb genoemd".
Ik begin met een overzicht van de geschiedenis van de temperamentenleer. Het is de laatste jaren best wel populair geworden en er zijn mensen die hierin heel ver gaan en voortdurend bezig zijn om mensen onder te verdelen en hun eigen en andermans gedrag te verklaren met statements zoals: "ik ben een hoge I" of "dat is nu een typische S".
Overdrijven is een, ontkennen is iets anders. Ik noem het een observatieleer die mensen helpt om zichzelf en anderen beter te begrijpen.
Een voorbeeld: ik word weinig gebeld. Gelukkig. De reden daarvoor is heel simpel. Ik houd er niet van om gesprekken over de telefoon te voeren. Ik ben snel afgeleid, kan moeilijk mijn onverdeelde aandacht geven. De persoon aan de andere kant van de lijn voelt dat. Nu kan ik wel heel erg mijn best doen omdat te veranderen maar het blijft toch een eigenschap die in min of meerdere mate typerend voor me zal zijn en blijven. Hoe je het ook went of keert, het heeft te maken met temperament, een voorkeur voor de manier waarop je relaties onderhoudt en het heeft niets te maken met geestelijkheid of ongeestelijkheid. De live ontmoeting is voor mij het belangrijkst en het mooisten is als dat spontaan gebeurd.
Hieronder voor de liefhebbers en geinteresseerden de korte geschiedenis in telegramstijl. Ben je geen liefhebber, stop dan hier met lezen.

A brief History of the developing theories regarding temperaments

Greeks loved dividing the world in “fours”
Physical world made up of four elements: earth, air, water, fire. The 12 signs of the Zodiac divided into these four groups. Which element is linked to which temperament apparently isn’t clear.

Health of human body depended on balance between the four fluids (humors): yellow bile (C), black bile (M), phlegm (P), and blood (S).
People’s characteristic make up divided in four temperaments: Cholerics, Melancholics, Phlegmatics and Sanguines

Hippocrates (400 BC): People are blend of the four temperaments. Four characteristics: easily angered, despondent/sleepless, calm/unemotional, courageous/amorous
Aristotle’s four sources of happiness: moral virtue, acquiring assets, logical investigation, sensuous pleasure

20th century psychology premise: people are fundamentally similar (equality, democracy, same opportunities). Freud: sexual and maternal relationships. Adler: relationship to power. Others: basic instincts.
1907, Adickes division of worldviews: dogmatic, traditional, skeptical, innovative
Adler’s division of goals: recognition, service, power, revenge
Spranger’s division of values: religious, economic, theoretic, artistic
Kretschmer’s division of abnormal behavior: hyperaestetic, depressive, anaestetic, hypomanic

Jung: differences are healthy: each person has own drives, desires, needs and characteristics. These can be classified, described and understood.
Myers/Briggs Jungian aspects of sixteen types: NF- intuitive feeling, SJ- sensory judgement, NT - intuitive thinking, SP - sensory perception
Keirsey (1998): Idealist, Guardian, Rational, Artisan

DISC is the four quadrant behavioral model based on the work of William Moulton Marston Ph.D. (1893 - 1947) to examine the behavior of individuals in their environment or within a specific situation. DISC looks at behavioral styles and behavioral preferences.

Dominance: People who score high in the intensity of the 'D' styles factor are very active in dealing with problems and challenges, while low D scores are people who want to do more research before committing to a decision. High "D" people are described as demanding, forceful, egocentric, strong willed, driving, determined, ambitious, aggressive, and pioneering. Low D scores describe those who are conservative, low keyed, cooperative, calculating, undemanding, cautious, mild, agreeable, modest and peaceful.

Influence: People with High I scores influence others through talking and activity and tend to be emotional. They are described as convincing, magnetic, political, enthusiastic, persuasive, warm, demonstrative, trusting, and optimistic. Those with Low I scores influence more by data and facts, and not with feelings. They are described as reflective, factual, calculating, skeptical, logical, suspicious, matter of fact, pessimistic, and critical.

Steadiness: (Submission in Marston's time): People with High S styles scores want a steady pace, security, and don't like sudden change. Low S intensity scores are those who like change and variety. High S persons are calm, relaxed, patient, possessive, predictable, deliberate, stable, consistent, and tend to be unemotional and poker faced. People with Low S scores are described as restless, demonstrative, impatient, eager, or even impulsive.

Conscientious: Persons with High C styles adhere to rules, regulations, and structure. They like to do quality work and do it right the first time. High C people are careful, cautious, exacting, neat, systematic, diplomatic, accurate, tactful. Those with Low C scores challenge the rules and want independence and are described as self-willed, stubborn, opinionated, unsystematic, arbitrary, and careless with details.

Other words and terms describing the four temperaments:

Choleric: doer, idealist, activator, discharger
Melancholic: stabilizer, focuser
Phlegmatic: detailer, unifier, sensor,
Sanguine: motivator, influencer, clarifier, seeker

1 opmerking:

Patricia zei

balen van je koppijn! is ie toch weer terug ;-(
wens je een goede tijd, zonder koppijn!