13 september 2007

CJIB

Regelmatig ontvang ik correspondentie van een vereniging uit Leeuwarden. Het is een beweging die zich het "Centraal Justitieel Incasso Bureau" noemt. Vandaag kreeg ik weer twee brieven die betrekking hadden op mijn rijgedrag (in dit geval reedt Martha maar we zijn als echtpaar een en solidair waar het dit soort zaken betreft). Met de genadecorrrectie gaat het om enkele kilometers boven de toegestane snelheid.
Daar zit een interessant principe in. Men is geneigd te zeggen "wat doet men moeiljik om die paar kilometer", maar tegelijkterijd vinden we het rechtvaardig dat iemand die 60 kilometer te hard rijdt, het rijbewijs wordt afgepakt. "Zo bont zou ik het nooit maken". En "ach, iedereen rijdt wel eens een splintertje te hard".
Een splintertje zou moeten worden weggewuifd waar een balk moet worden afgestraft, zo redeneert de gemiddelde mens.
Toch moet je ergens de grens trekken. Een harde, ambtelijk vastgestelde snelheidslimiet is voor de gemiddelde Nederlander geen goed uitgangspunt. Die vindt dat je naar het hele plaatje zou moeten kijken (er was nauwelijks verkeer, het regende niet en ik heb al 35 jaar m'n rijbewijs en nog nooit een ongeluk gehad) en als je christen bent kun je daar als toetssteen nog enkele vragen bij stellen: 1) breng ik een andere in gevaar? 2) breng ik mezeflf in gevaar? en 3) kan ik nog steeds psalmen en geestelijke liederen zingen tijdens m'n feitelijke overtreding. Als de antwoorden dan 1) nee, 2) nee en 3) ja zijn: gas erop.

Je kunt regels niet een klein beetje overtreden. Je overtreedt ze of je doet dat niet. Zo kun je ook de 100 meter hordelopen alleen maar winnen of verliezen. De winnaar zegt niet: ik had het bijna verloren, hoewel de verliezer wel geneigd is om te zeggen dat hij bijna gewonnen had.

Zo is het voor God ook. Of we nu een heel klein beetje (1 km te hard rijden), of heel erg zondigen (je schoonmoeder omleggen); zonde is zonde. Daarom ziet het er voor iedereen slecht uit.
Maar dan Jezus. Aan het kruis heeft Hij gewonnen en heeft voor ons allemaal de rekening bij het CJIB betaalt. Als dank geef ik Hem mijn leven. Hij is het waard. Ik sta niet langer in het krijt bij God.
Door Zijn striemen en wonden ontvangen wij genezing!