6 juni 2007

Weer thuis

Vliegen door de nacht heeft iets magisch. De wereld glijdt onder je weg met een snelheid van zo'n 900 kilometer per uur. De tijd wordt wat stroperig, stemmen om je heen klinken gedempt, als niet te verstane woorden; alsof men iets probeert te zeggen zonder dat het overkomt. Sommige sterren lijken lager dan het vliegtuig. Negen uur van Bonaire naar Amsterdam. Na enkele uren begin je te mijmeren. Over het leven, het gezin, de afgelopen weken, de toekomst en het heden.

Twee drukke weken waarin de regie meer in handen van anderen was dan van mezelf. Je geeft jezelf eraan over. Dat moet wel anders gaat het tegenstaan. Veel aanpassen en improviseren.
Praten over een andere koninkrijk dan het zichtbare koninkrijk van de wereld waarin we leven, waarin alles om geld en macht gaat en zo'n beetje alles ongelijk is verdeeld.
En dan dat onzichtbare koninkrijk van God waar je ogen pas voor open gaan als je er binnen gaat. Door de deur. "Ik ben de deur", zegt Jezus. Geloof is de toegang tot dat koninkrijk van God. En daar gaat alles anders. Daar mogen de machthebbers en de rijken achter aansluiten en worden de armen en de kinderen, zij die niets hebben en afhankelijk zijn van anderen, naar voren gehaald.

"Uw koninkrijk kome", draagt Jezus ons op om te bidden. Ik geloof dat het praten over dat koninkrijk en de principes van dat koninkrijk in je eigen leven gestalte geven een verschil maken. Daarom doe ik wat ik doen en ga daar mee door. Ook al voelde ik me de afgelopen weken vaak machteloos. Bij de 800 kinderen op een school, bij de vrouwen in de gevangenis, in de mannengevangenis, in de sloppenwijk in Cartagena. Ongeacht de omstandigheden, Gods verhaal over geloof, hoop en liefde moet worden verteld, dat is zelfs een opdracht. En het zijn juist deze mensen die er het meest voor open staan. En ik wil er ook op vertrouwen dat God zijn woord waarmaakt, dat het niet leeg terugkeert.

Fysiek ben ik nu zo'n beetje aan m'n eindje na weer een nacht zonder slaap. "Maar dan ga je toch naar bed, jongen", hoor ik sommigen denken. Tja, als je wilt slapen gaat het niet. Pas als ik het niet meer wil, lukt het wel.

Geen opmerkingen: