5 maart 2007

Reiskoorts

Vamorgen zomaar tot half acht blijven liggen. De storm in m'n hoofd was nog niet uitgewoed. Ik denk altijd dat, wat ik nu heb, ik straks niet kan krijgen; een soort van schrale troost die ik mezelf als prijs in het verschiet voorhoud.
Wat doe je dan verder op zo'n dag?
Wel, in 1 Tim. 2 vermaant Paulus Timoteus om allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en danzegging te doen voor alle mensen. Daar ben ik wel even mee bezig geweest. Ik denk niet dat ik echt alle mensen bij God heb gebracht maar wel hen die mij lief en dierbaar zijn.
Vervolgens zoveel mogelijk emails afwerken, batterijen opladen en bepalen hoeveel en welke schoenen ik meeneem. Een koffer zit gauw vol.
Koffie en mintnopjes kopen. De koffie is een manier om bij gastgezinnen goede koffie voorgeschoteld te krijgen. Direct bij aankomst een pak aan de gastheer of -vrouw geven met daarbij de instructies hoe je "Nederlandse Koffie" maakt.
Welke boeken neem ik mee om onderweg te lezen. Ik probeer een selectie te maken uit de 30 tot 40 boeken die nog op de "te lezen" stapel leggen en kies er zeven. Drie daarvan gaan over "kleine groepen", twee zijn zogenaamde "pageturners", zeg maar spannende boeken en een theologisch werk.
Outlook archief overzetten op notebook, paspoort, tickets, check, doublecheck, wandelen met Martha, havermout eten, telefoonkaart kopen via internet (8 uur bellen vanuit Australie naar Nederland voor ongeveer 10 euro), nummers en codes opslaan, duikbrevet mee (wie weet, Brisbane is wel vlak bij the Great Barrier Reef)...
Dit beschrijft de reiskoorts, typerend voor de enkele uren voor een trip begint.
Ik zie altijd het meest op tegen de eigenlijke reis. Ik probeer al jaren een trip te laten beginnen op het moment dat ik naar schiphol ga. Het zit echt tussen m'n oren; daar is een stemmetje dat mij telkens weer zegt dat het pas begint als ik op m'n bestemming aankom.

En nu, douchen, eten, koffiedrinken met Martha en de kinderen (voor zover ze in de buurt zijn) en dan op weg.

Ben benieuwd wie en wat ik nu allemaal weer tegenkom in het vleigtuig. Soms zit ik de hele reis doodstil, een andere keer praat ik uren met degene die naast, achter of voor me zitten.